ECLI:NL:RVS:2016:1630
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek seksuele gerichtheid
De vreemdeling diende een asielaanvraag in met als grond dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid uit Ghana was gevlucht. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de werkinstructie WI 2015/9 onvoldoende tegemoetkomt aan eerdere kritiek op het onderzoek naar seksuele gerichtheid en dat zijn eigen onderzoek niet conform deze instructie is uitgevoerd.
De Afdeling oordeelde dat WI 2015/9 zorgvuldig tot stand is gekomen, mede op basis van wetenschappelijke en deskundige inzichten, en dat de methode voor onderzoek en beoordeling van seksuele gerichtheid adequaat is. Wel erkende de Afdeling dat in de concrete zaak het onderzoek niet volledig volgens deze instructie heeft plaatsgevonden, met name omdat niet voldoende doorgevraagd is tijdens de gehoren.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit van 17 november 2015 vernietigd. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig, methodisch en transparant onderzoek naar seksuele gerichtheid bij asielaanvragen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende en niet zorgvuldig onderzoek naar de seksuele gerichtheid van de vreemdeling.