ECLI:NL:RVS:2013:BZ4985
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over grenzen beoordeling geloofwaardigheid seksuele gerichtheid in asielprocedure
Deze zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij de geloofwaardigheid van zijn gestelde homoseksuele gerichtheid centraal staat. De staatssecretaris heeft de verklaringen van de vreemdeling over zijn seksuele gerichtheid en relatie als summier, vaag en ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege het ontbreken van gedetailleerde toelichting en bewijs.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de asielprocedure en de wettelijke kaders uitvoerig uiteengezet, waaronder de Vreemdelingenwet 2000, het Vluchtelingenverdrag, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de richtlijn 2004/83/EG. De procedure voorziet in een uitgebreide beoordeling van de geloofwaardigheid van de asielaanvraag, waarbij de vreemdeling gehouden is alle relevante gegevens te verstrekken en de staatssecretaris een voordeel van de twijfel kan geven indien aan bepaalde criteria wordt voldaan.
De Afdeling erkent de complexiteit van de verificatie van een gestelde seksuele gerichtheid en wijst op de uiteenlopende methoden binnen de EU-lidstaten, variërend van het stellen van vragen tot medisch of psychiatrisch onderzoek. De Afdeling constateert dat het Unierecht niet vereist dat lidstaten zonder meer uitgaan van de enkele stelling van een vreemdeling over zijn seksuele gerichtheid, maar dat het ook niet duidelijk is welke grenzen het Handvest stelt aan de wijze van verificatie.
Gezien het ontbreken van jurisprudentie van het Hof van Justitie over deze specifieke vraag, stelt de Afdeling prejudiciële vragen over de grenzen die artikel 4 van Pro de richtlijn en de artikelen 3 en 7 van het Handvest stellen aan de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde seksuele gerichtheid, en of deze grenzen verschillen van die voor andere vervolgingsgronden. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de grenzen aan de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde seksuele gerichtheid.