ECLI:NL:RVS:2015:2170
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Herziening beoordelingswijze geloofwaardigheid seksuele gerichtheid bij asielaanvragen
In deze zaak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de wijze waarop de staatssecretaris de geloofwaardigheid van een gestelde seksuele gerichtheid beoordeelt in asielprocedures. De zaak betreft hoger beroepen van drie vreemdelingen tegen besluiten van de staatssecretaris die hun asielaanvragen afwezen.
De Afdeling verwijst naar een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin is vastgesteld dat verklaringen over seksuele gerichtheid slechts het uitgangspunt vormen en dat de beoordeling rekening moet houden met persoonlijke omstandigheden en grondrechten zoals het recht op eerbiediging van het privéleven. Het Hof benadrukt dat stereotiepe vragen en bewijs zoals intieme video-opnamen niet passend zijn.
De Afdeling constateert dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid onderzoekt en beoordeelt, welke vragen hij stelt en hoe hij antwoorden weegt. Ook ontbreekt een beleidsregel of vaste gedragslijn. Hierdoor is toetsing door de bestuursrechter moeilijk. De Afdeling vernietigt de bestreden uitspraken en besluiten en beveelt hernieuwde beoordeling volgens de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling per 1 januari 2015.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, individuele en op de persoon toegesneden beoordeling van asielverzoeken op basis van seksuele gerichtheid, in overeenstemming met Unierechtelijke normen en mensenrechten.
Uitkomst: De hoger beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden uitspraken en besluiten worden vernietigd en de staatssecretaris moet de aanvragen opnieuw beoordelen.