ECLI:NL:RVS:2015:3652
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende integrale geloofwaardigheidstoetsing
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering omtrent de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling had verricht door het ontbreken van toetsing aan externe geloofwaardigheidsindicatoren. De Afdeling benadrukte dat het gewicht van deze indicatoren afhankelijk is van het concrete asielrelaas en dat de rechtbank dit onvoldoende had meegewogen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de wettelijke vereisten, waaronder het inmiddels in werking getreden artikel 83a van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en de beslissing daarover aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.