ECLI:NL:RBZWB:2024:6982
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking, terugvordering en boete bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand, maar deze werden ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1 januari tot 31 mei 2023, omdat betrokkene niet had gemeld dat zij niet meer op het uitkeringsadres woonde. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelt dat Orionis terecht een onderzoek startte naar het verblijf van betrokkene naar aanleiding van een interne melding. Het huisbezoek en het administratieve onderzoek leverden voldoende bewijs dat betrokkene haar hoofdverblijf niet meer op het uitkeringsadres had. De verklaringen van betrokkene en de pandbeheerder, de pintransacties en het ontbreken van persoonlijke spullen op het uitkeringsadres ondersteunen dit.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene en haar curator de inlichtingenplicht hebben geschonden door het niet melden van de gewijzigde verblijfplaats. De terugvordering is terecht, daar geen dringende redenen tot kwijtschelding zijn gebleken. De boete is passend vastgesteld op 50% van het benadelingsbedrag, rekening houdend met normale verwijtbaarheid en de rol van de curator. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking, terugvordering en boete bijstandsuitkering worden ongegrond verklaard.