ECLI:NL:RBROT:2024:8126
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen afgewezen
De Stichting Human Rights in Finance.EU stelde op 14 april 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen door De Nederlandsche Bank (DNB) op haar verzoek om handhaving tegen Transactie Monitoring Nederland. DNB had de stichting op 12 april 2024 schriftelijk meegedeeld dat het handhavingsverzoek niet in behandeling werd genomen omdat de stichting geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting op 17 mei 2024 niet-ontvankelijk omdat op het moment van het instellen van het beroep al een schriftelijke weigering tot besluitvorming bestond. De stichting stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat de rechtbank artikel 6:20 van Pro de Awb ten onrechte niet had toegepast en dat het beroep inhoudelijk behandeld had moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat artikel 6:20 Awb Pro niet van toepassing is in deze situatie omdat het beroep werd ingesteld nadat de schriftelijke weigering al bekend was. Daarnaast is vastgesteld dat de stichting op het moment van het instellen van het beroep op de hoogte was van het besluit van DNB. Ook de overige verzetsgronden worden verworpen, waaronder het standpunt dat het beroepschrift als bezwaar had moeten worden doorgeleid.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet van de stichting wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk.