Uitspraak
[Naam], te [Plaats], verzoeker,
.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft meerdere malen verzocht om herziening van de uitspraak van 8 juni 2022, waarin een aanvraag om bijzondere bijstand niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Het derde herzieningsverzoek is ingediend ruim een jaar na de eerste uitspraak en zonder nieuwe feiten die herziening kunnen rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat verzoeker het griffierecht niet heeft voldaan en dit wordt gezien als misbruik van recht. Daarnaast is het verzoek te laat ingediend, wat volgens vaste rechtspraak een reden is voor niet-ontvankelijkheid. Ten slotte zijn de aangevoerde feiten niet nieuw, maar vormden juist de inzet van de eerdere procedure.
De voorzieningenrechter besluit derhalve het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en wijst een proceskostenveroordeling af. Er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het derde verzoek om herziening van de uitspraak over bijzondere bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht, termijnoverschrijding en het ontbreken van nieuwe feiten.