Eiseres, een besloten vennootschap en eigenaar van een onroerende zaak, stelde beroep in tegen de aanslag rioolheffing 2022 van de gemeente Meierijstad. Zij voerde aan dat de opbrengstlimiet van de rioolheffing was overschreden en dat de bestreden uitspraak onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de raming van baten en lasten, en dat eiseres onvoldoende gemotiveerd twijfel had gezaaid over de omvang van de baten. De opbrengstlimiet werd daardoor niet overschreden. Daarnaast werd het motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar verworpen, omdat de standpunten van eiseres in de beroepsfase wel waren besproken.
De redelijke termijn voor het nemen van een besluit was met twee maanden overschreden, waarvoor de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €50 per halfjaar toekende. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van €218,75. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het griffierecht niet werd teruggegeven.