ECLI:NL:HR:2011:BO5087
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste afwijzing vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn belastinggeschil
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd over de periode 1999-2001. Na bezwaar en beroep werd de boete verminderd, maar het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd door het hof afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat geen immateriële schade is geleden en dat de zaak daarom vernietigd moet worden.
De Hoge Raad benadrukt dat belastinggeschillen binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld, gegrond op het rechtszekerheidsbeginsel dat ook los van artikel 6 EVRM Pro geldt. Bij overschrijding van die termijn kan een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend volgens artikel 8:73 Awb Pro, waarbij een standaardtarief van €500 per halfjaar overschrijding geldt.
De zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de helft van de proceskosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling over vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn.