Uitspraak
Rechtbank noord-holland
- bepaalt dat de door verweerder gevraagde beperking van de kennisneming van ‘Bijlage I’, ‘Bijlage III’ en ‘Bijlage IV’ gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat de door verweerder gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken met de nummers 3, 4, 5, 6, 14, 15, 16 en 17 van ‘Bijlage II’, gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat de door verweerder gevraagde beperking van de kennisneming van de overige stukken van ‘Bijlage II’ voor zover het betreft persoonsgegevens van medewerkers van de Belastingdienst en van andere belastingplichtigen gerechtvaardigd is;
- wijst het verzoek van verweerder met betrekking tot deze overige stukken af;
- stelt verweerder in de gelegenheid om de rechtbank binnen twee weken na dagtekening van deze beslissing te berichten welke gevolgen hij aan deze beslissing verbindt;
- stelt eiseres in de gelegenheid op de voet van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb de rechtbank binnen twee weken na dagtekening van deze beslissing te berichten of zij er in toestemt dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van de ongeschoonde versie van ‘Bijlage I’, ‘Bijlage II’, ‘Bijlage III’ en ‘Bijlage IV’.
1.Feiten
2.015.333 3.023.000 3.023.000
Credit limits management[bedrijf 4] would advise on the acceptable credit limits per client for a fee. However, this activity has already been performed in the past by [bedrijf 4] for a cost plus 8% charge (…).”
Functions
Parent/Subsidiary Links
Verslag overleg 27 maart 2013
Zeer onwaarschijnlijk dat vennootschap wordt verkocht
Opereert in lijn met de groepsstrategie
De aanwezigheid van sterke lange-termijn ondersteuning door het groepsmanagement.
Is redelijk succesvol.
Is een significant groepsonderdeel of is volledig geïntegreerd in de groep
Er is sprake van een nauwe band met de reputatie, naam of risico-management van de groep[eiseres] en al haar deelnemingen opereren onder dezelfde naam als het concern. Bovendien wordt gebruik gemaakt van dezelfde beeldmerken. Daarnaast maakt [eiseres] gebruik van alle belangrijke concernmerken en heeft het een significant aandeel in de wereldwijde omzet.
Is vanwege juridische en fiscale redenen een aparte vennootschap maar opereert meer als een divisie of profit-center
2.015.333
2.Geschil
garantiefees:of betaling van garantiefees aan [bedrijf 2] haar oorzaak vindt in de vennootschappelijke betrekkingen tussen eiseres en [bedrijf 2] , of sprake is van een onzakelijke garantstelling, en of de hoogte van door eiseres aan [bedrijf 2] betaalde garantiefees at arm’s length is, meer specifiek of daarbij ten onrechte door eiseres geen rekening is gehouden met impliciete garantie van [bedrijf 2] , waarbij ten aanzien van de correctie tevens in geschil is of:
- voldaan is aan het bewustheidsvereiste
- verweerder een ambtelijk verzuim heeft begaan
- sprake is van kwade trouw van eiseres, en of
- het vertrouwensbeginsel geschonden is;
factoring: of sprake is van een onzakelijke factoringvergoeding voor de dienstverlening van [bedrijf 4] ;
rente [bedrijf 3]: of de door eiseres aan [bedrijf 3] betaalde rente at arm’s length is, meer specifiek of daarbij ten onrechte door eiseres geen rekening is gehouden met impliciete garantie van [bedrijf 2] , waarbij ten aanzien van de correctie mede in geschil is of:
- voldaan is aan het bewustheidsvereiste
- verweerder een ambtelijk verzuim heeft begaan;
Europees rechtbij de correctie van de verrekenprijzen;
bewijslastdient te worden omgekeerd ten aanzien van (een deel van) de correcties;
vergrijpboeteis opgelegd voor het jaar 2010 in verband met de correctie door verweerder van de factoring fees.
3.Beoordeling van het geschil
door [bedrijf 2]voor de schulden van eiseres. In zoverre faalt reeds het betoog van verweerder.
“There is no magic formula for the combination of these factors that would lead to one analytical approach or another”. Feiten of omstandigheden die het voor [bedrijf 2] - door het enkele feit dat zij niet in hetzelfde land als eiseres is gevestigd - makkelijker zouden maken om zich te distantiëren van eiseres in het geval zij in financiële problemen zou komen, zijn tegenover de door verweerder genoemde omstandigheden die juist voor vergaande ondersteuning door [bedrijf 2] pleiten, onvoldoende gesteld of gebleken.
Ratings for subsidiaries viewed as strategic can range anywhere between stand alone and grouprating, leaning on explicit and implicit system support.” Ook in de door eiseres overgelegde publicatie van S&P van 28 oktober 2004 wordt uitgebreid ingegaan op de (afgeleide) creditrating van een dochtervennootschap in het geval sprake is van ‘support’ (zonder expliciete garantie) van de moedervennootschap of andere groepsvennootschappen. Dat de term implicit support daarin niet letterlijk wordt genoemd doet daaraan niet af. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook aannemelijk dat in de hier te beoordelen jaren (2004, 2006 en 2010) bij kredietbeoordelingen rekening werd gehouden met impliciete garantie indien sprake was van concernvennootschappen met een strategisch belang voor het concern. Dat het [concern] en mogelijk ook andere concerns in de praktijk geen rekening hielden met implicit support bij het bepalen van garantievergoedingen, zoals [naam 26] schriftelijk heeft verklaard, doet daaraan niet af. Dat implicit support pas op een later moment in (fiscale) procedures is betrokken, meer voor het voetlicht is gekomen en de term meer is uitgekristalliseerd zoals eiseres (onder meer onder verwijzing naar de schriftelijke verklaring van [naam 26] van 10 juli 2020) heeft gesteld, maakt niet dat daarmee in eerdere jaren geen rekening behoefde te worden gehouden bij het bepalen van de verrekenprijzen. Ook het feit dat S&P in de publicatie van 2013 pas meer helder de criteria zou hebben omschreven voor het antwoord op de vraag wanneer sprake is van een core vennootschap, maakt niet dat in eerdere jaren geheel voorbij kon worden gegaan aan het bestaan van impliciete garantie zoals eiseres heeft gedaan door bij de bepaling van de garantiefees alleen de stand-alone rating van eiseres in aanmerking te nemen en niet haar afgeleide rating.
- voor het jaar 2008 tot een correctie van (€ 4.184.973 - € 164.000 - € 0 =) € 4.020.973;
- voor het jaar 2009 tot een correctie van (€ 4.344672 - € 164.000 - € 60.000 =) € 4.120.672;
- voor het jaar 2010 tot een correctie van (€ 4.205.989 - € 164.000 - € 60.000 =) € 3.981.989.
mr. M.W. Koenis, leden, in aanwezigheid van mr. B. Schaafsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2022.