Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser,
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
1 De vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g of h, voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, kan door Onze Minister in bewaring worden gesteld, indien:
3 De bewaring krachtens het eerste lid, onderdeel a, b of c, kan worden verlengd met ten hoogste drie maanden indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder h.
op het moment dat hij de onderhavige asielaanvraag deedin bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 september 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:14301). Verweerder heeft ook terecht vermeld dat eiser reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad. Uit de eerdere bewaringsdossiers, die ambtshalve bekend zijn bij de rechtbank, blijkt namelijk dat eiser op 1 mei 2024 een asielaanvraag heeft ingediend en dat eiser deze asielaanvraag op 7 mei 2024 weer heeft ingetrokken. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat deze intrekking was ingegeven om de duur van de bewaring te verkorten omdat eiser op dat moment in bewaring werd gehouden om de overdracht aan Spanje te verzekeren en deze overdracht sneller zou kunnen worden gerealiseerd indien verweerder een “kaal overdrachtsbesluit” zou kunnen nemen. De rechtbank begrijpt deze procesbeslissing, maar de motivering van de intrekking laat onverlet dat eiser de mogelijkheid van de toegang tot de asielprocedure heeft gehad. Verweerder heeft dit dus terecht opgevoerd, waarbij het niet relevant is dat verweerder de op 1 mei 2024 ingediende asielaanvraag – zeer waarschijnlijk- niet in behandeling zou hebben genomen. Het gaat er immers om dat eiser reeds een verzoek om internationale bescherming op het grondgebied van de Unie heeft kunnen indienen voordat jegens hem een terugkeerbesluit is uitgevaardigd.