ECLI:NL:RVS:2015:1309
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over motiveringsgebrek in maatregel van vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 9 februari 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft op 5 maart 2015 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard wegens een motiveringsgebrek in dit besluit en de maatregel opgeheven. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris betoogde dat de maatregel voldoende was gemotiveerd en dat het niet nodig was om expliciet te motiveren waarom geen lichter middel werd toegepast en waarom het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbrak. De Raad van State overwoog dat volgens de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi een schriftelijke motivering van de feitelijke en juridische gronden vereist is, zowel bij oplegging als verlenging van de bewaring.
De Raad van State concludeerde dat het motiveringsvereiste ook inhoudt dat de staatssecretaris moet beoordelen of bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling de maatregel onevenredig maken. Aangezien deze motivering ontbrak, is het besluit gebrekkig gemotiveerd. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het motiveringsgebrek in de maatregel van vreemdelingenbewaring en wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af.