Conclusie
Nummer25/00523
Inleiding
medeplegen van moord”
medeplegen van voorbereiding van moord, meermalen gepleegd”
medeplegen van voorbereiding van moord”
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”
De zaak
Het eerste middel
twintigjaren, terwijl in de met de kroongetuige gesloten overeenkomst als uitgangspunt een gevangenisstraf van
vierentwintig jaren stond vermeld.
de rechter het achteraf niet eens is met het rechtmatigheidsoordeel van de rechter-commissaris of […] hij de verklaring anderszins niet deugdelijk vindt.” Bij aanvang van de behandeling van de strafzaak Eris liet het OM al weten tot verlaging van de strafeis voor de kroongetuige over te gaan, terwijl er nog verscheidene verhoren van die getuige ten overstaan van de rechter op de rol stonden, zulks ter toetsing van de door de kroongetuige eerder in het vooronderzoek afgelegde verklaringen.
Het juridisch kader: de kroongetuigeregeling
Passage), overwoog de Hoge Raad over de kroongetuigeregeling onder meer het volgende:
3.3. De wettelijke regeling houdt in dat aan een verdachte door de officier van justitie een toezegging kan worden gedaan in ruil voor de bereidheid van die verdachte om een verklaring af te leggen in de strafzaak tegen een andere verdachte. De officier van justitie geeft kennis aan de rechter-commissaris van de afspraak die hij voornemens is te maken met een verdachte in ruil voor de toezegging dat bij de vervolging in de strafzaak van deze verdachte strafvermindering met toepassing van art. 44a Sr zal worden gevorderd. Art. 226g, eerste lid, Sv houdt in dat deze afspraak uitsluitend betrekking heeft op het afleggen van een verklaring in het kader van een opsporingsonderzoek naar een ernstig, in deze wettelijke bepaling nader omschreven misdrijf. Het tweede lid van art. 226g Sv bevat (vorm)voorschriften met betrekking tot de inhoud van de op schrift gestelde voorgenomen afspraak. Op grond van art. 226g, derde lid, Sv toetst de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de rechtmatigheid van deze afspraak. Het vierde lid van art. 226g Sv bepaalt dat van afspraken die niet worden aangemerkt als een afspraak als bedoeld in art. 226g, eerste lid, Sv en die voor het onderzoek in de zaak van betekenis kunnen zijn, proces-verbaal wordt opgemaakt. Dat proces-verbaal wordt door de officier van justitie ten spoedigste bij de processtukken gevoegd.
Kroongetuigeovereenkomst en overwegingen hof
“Overeenkomst als bedoeld in de aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken”van 13 november 2018 (hierna: de kroongetuigeovereenkomst). Deze houdt onder meer in:
2.2 De officier van justitie verklaart, na kennis genomen te hebben van alle relevante feiten zoals die blijken uit de eerdergenoemde processen-verbaal en overige dossierstukken, en na collegiaal overleg, dat onder gelijke omstandigheden, doch zonder onderhavige afspraak, de zaaksofficier van justitie voor alle in de considerans genoemde aan getuige ten laste gelegde of te leggen strafbare feiten van getuige een totale gevangenisstraf zou hebben geëist, dan wel zal eisen, voor de duur van 24 jaren. Bij onverkorte nakoming door getuige van de in onderhavige overeenkomst onder 1 overeengekomen verplichtingen, zal de zaaksofficier van justitie zijn strafeis voor deze feiten matigen met 50%, te weten tot een gevangenisstraf van 12 jaren.
“5.1.3. De rechtmatigheid van de overeenkomst
De bespreking van het eerste middel
geen strafverzwaring” teweeg heeft gebracht. Daarmee wordt het oordeel van de Hoge Raad m.i. niet in een juist perspectief geplaatst. De Hoge Raad heeft immers (‘slechts’) geoordeeld dat de wijziging van de vi-regeling niet kan worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving ten aanzien van de strafbaarstelling of de strafbedreiging, zulks op de grond dat “
zowel voor als na de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen de mogelijkheid bestond en bestaat dat de veroordeelde de door de rechter opgelegde gevangenisstraf voor de volledige duur daarvan moet ondergaan.” [5]
Het tweede middel
Prokuratuur [8] en
Landeck [9] .
De overwegingen van het hof
“5.2 Het onderzoek aan gegevensdragers en locatiegegevens
Een nadere omschrijving van het tweede middel
Het juridisch kader: Prokuratuur en Landeck
Prokuratuur. [12] Daarnaast deed het Hof van Justitie in de zaak
Landeckuitspraak [13] over Richtlijn 2016/680. [14]
Landeckgaf de Hoge Raad (bij arrest van 18 maart 2025) aanleiding zijn rechtspraak over opsporingsonderzoek aan gegevensdragers als volgt bij te stellen. [18] Als politie en justitie aan gegevensdragers onderzoek willen verrichten dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zal teweegbrengen, is daarvoor – behalve in spoedeisende gevallen – voortaan een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. De rechter-commissaris toetst of de inbreuk die door het onderzoek aan de gegevensdrager op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker wordt gemaakt, gerechtvaardigd is, mede gelet op de ernst van het strafbare feit waarop de verdenking betrekking heeft en het belang van het onderzoek voor de waarheidsvinding. [19] In dit verband wijs ik erop dat het Hof van Justitie overweegt “
dat de ernst van het strafbare feit waarnaar het onderzoek loopt, een van de belangrijkste parameters is bij de toetsing van de evenredigheid van de ernstige inmenging die het gevolg is van de toegang tot de op een mobiele telefoon opgeslagen persoonsgegevens aan de hand waarvan nauwkeurige conclusies kunnen worden getrokken over het privéleven van de betrokkene.” [20]
Prokuratuur-arrest van het Hof van Justitie duidelijk heeft gemaakt dat er geen afwijkende regels gelden voor de sanctionering van vormverzuimen waarmee de verkrijging van verkeers- en locatiegegevens gepaard is gegaan. Hier is artikel 359a Sv onverminderd van toepassing. [21] Ik zie geen reden waarom dat anders zou zijn bij vormverzuimen die zijn begaan bij het onderzoek aan gegevensdragers. [22]
Landeck. [29] De uitspraak van het Hof van Justitie dateert van 8 oktober 2024 (en is overigens op het punt van de voorafgaande rechterlijke toetsing in lijn met de conclusie). [30] Bovendien dateert het
Prokuratuur-arrest van het Hof van Justitie van 2 maart 2021 en formuleerde de Hoge Raad het daarop bijgestelde kader voor de vordering van verkeers- en locatiegegevens bij arrest van 5 april 2022. Deze conclusie en uitspraken zijn dus van (ruim) vóór de sluiting van het onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte (op 12 februari 2025). Bij die stand van zaken gaat de in cassatie ingenomen stelling mij te ver. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij onder deze omstandigheden in staat is te beoordelen of een verweer over eventuele onrechtmatigheden bij het onderzoek aan gegevensdragers en de vordering van verkeers- en locatiegegevens kans van slagen heeft (en past in de verdedigingsstrategie). [31]
De bespreking van het tweede middel
Het derde middel
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 september 2023
De voorzitterstelt [verdachte] in de gelegenheid om de getuige[ [medeverdachte 1] ]
vragen te stellen.
De bespreking van het derde middel
gaat komen op de dag dat de kroongetuige wordt verhoord”. Deze vraag is blijkens het proces-verbaal door de voorzitter opgevat als een vraag van de verdachte aan [medeverdachte 1] , en vervolgens door de voorzitter aan [medeverdachte 1] gesteld. Noch de verdachte, noch zijn aanwezige raadsman heeft vervolgens aangevoerd dat de opmerkingen verkeerd waren begrepen en dat niet een vraag aan [medeverdachte 1] werd gesteld, maar een verzoek aan het hof als bedoeld in artikel 297 lid 1 Sv Pro werd gedaan. Nu het hof het aangevoerde niet hoefde op te vatten als een verzoek als bedoeld in artikel 297 lid 1 Sv Pro, heeft het hof ook niet verzuimd een uitdrukkelijke beslissing op dat verzoek te nemen.
Het vierde middel
De pleitnota en de overwegingen van het hof
“Zaak Charon
(…)
Eindconclusie in Charon
.
“6.3.2. CHARON
6.3.2.3. Tijdlijn
” en “zou je op zijn schrijven kunnen reageren
”.
”, “Regel dat voor me. En schoon. Dus oppassen
” en “Doe je tomtom erbij
”. Kort daarop vraagt [medeverdachte 1] aan [betrokkene 12] , zijn broer, of hij nog met [betrokkene 13] is. Ook vraagt hij of ze [betrokkene 14] halen. “[betrokkene 13] weet. Ze moeten iets daar ophalen. Bij sport. Daarna [betrokkene 10] en dan kom ik naar sport
”, zegt hij erbij. Met “sport” wordt de sportschool van [medeverdachte 1] broer [betrokkene 12] in [plaats] bedoeld.
”. [betrokkene 10] antwoordt: “ik kom. Achter
”.
”. [medeverdachte 1] zegt dat hij het zal regelen met de grote man. De precieze omvang van dit geldbedrag komt later terug in een chat van 23 februari 2017 tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 17] . [betrokkene 17] vraagt aan [medeverdachte 1] hoeveel hij “die dag
” heeft gekregen, waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat hij geld miste doordat [betrokkene 8] teveel geld had gepakt als mazzel. [medeverdachte 1] bericht aan [betrokkene 17] : “Hij vroeg me ook om er niet over te praten met jou of jullie. Maar ik miste 4500. Ik nam aan en telde het niet omdat ik blind op hem ging. Gaf hem en zijn vader nog 3000. Als mazzel. En de rest aan head. Toen ik thuis ging tellen was 4500 tekort
”. [betrokkene 17] geeft aan dat hij persoonlijk € 26.500,- heeft afgegeven en dat [medeverdachte 1] wordt genaaid door [betrokkene 8] . [medeverdachte 1] stuurt verder: “Zat op club. Was druk. Hij kwam met die tas. Ik telde niet. Toen vroeg hij of hij een mazzel mocht, hij en zijn pa. Ik zei eigenlijk niet want het is voor head. Maar toen zei ik ok wat willen jullie. Zei hij geeft jij maar (toen vond ik ’t al raar). Daarna zei ok ga na wc en pak 3 eraf. Toen gingen ze weg”.
6.3.2.6. De rol van [verdachte]
”. Toen [betrokkene 34] vroeg of ze naar “[plaats]
” of “[plaats]
” moeten, antwoordde [medeverdachte 1] : “Nee. [betrokkene 13] weet. Ze moeten iets daar ophalen. Bij sport. Daarna [betrokkene 10] . En dan kom ik naar sport
”.
” ( [plaats] ) geen clubavonden werden gehouden en ze kennelijk niet naar “[plaats]
” ( [plaats] ) gingen, waar wel clubavonden werden gehouden. Gelet op het feit dat de liquidatie van [slachtoffer 1] die avond zou plaatsvinden, ligt de uitleg dat dit gesprek betrekking heeft op de voorbereidingen van de liquidatie van [slachtoffer 1] veel meer voor de hand. Ook is de telefoon van [verdachte] slechts geregistreerd in [plaats] , vervolgens onbereikbaar en kort na middernacht weer geregistreerd in [plaats] .
De bespreking van het vierde middel
kunnenoordelen dat de verdachte zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] , waarbij het hof ervan uitgaat dat de verdachte de schutter was. Daaraan doet niet af dat de verdediging ter terechtzitting een mogelijke andere oorzaak voor de aanwezigheid van verdachte’s celmateriaal op de hulzen heeft geopperd.
Het vijfde middel
De bewezenverklaring en bewijsvoering in deelonderzoek Arford
“6.1. De aangetroffen chats
Proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2021, (…)
Proces-verbaal van bevindingen van 7 augustus 2019, (…)
Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 18] van 17 september 2020, (…)
O: In 2017 is er geprobeerd om jou en [betrokkene 20] te liquideren. Er zijn toen drie mensen aangehouden in de buurt van de woning van [betrokkene 33] met automatische wapens en handvuurwapens.
Proces-verbaal van bevindingen van 2 oktober 2019, (…)
Betreft: Gesprek met [betrokkene 19]
Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 19] van 17 september 2020, (…)
Proces-verbaal van bevindingen van 14 augustus 2019, (…)
“6.3.4. ARFORD
6.3.4.1. De aangetroffen chats
”, “niet in die straat staan want hij ziet alles als hij thuis is
”, “rijdt meestal vanaf de [h-straat] de [i-straat] in na [j-straat] , dan verder na [e-straat] , komt vanaf de [g-straat] meestal!
”, “hij woont op 3 hoog witte luxa flex daar kan hij heel stiekem door kijken zonder dat je het door hebt bro
”, “hij gaat meestal via die deur rechts als je in de straat komt rijden soort brandtrapje niet bij de hoofdingang
”, “hij traint ook bij die [D] bij [h-straat] is 3 min lopen van z’n huis!
”, “z’n vrouw werkt tot 3 uur
” en “weet ook waar ze eten in [stadswijk] , tussen 5 en 7 uur
”. [betrokkene 18] herkent zichzelf in deze informatie als de persoon om wie het gaat.
” is. [medeverdachte 1] mag deze personen ook een “drive by geven
”. Volgens [betrokkene 17] stapt “hij uit voor zijn deur
”, dan moet [medeverdachte 1] “hem pakken
”. Als ze “met z’n 3tjes zijn ook
”, dan “Pak je ze alle 3
”. [medeverdachte 1] mag hem ook pakken “als hij naar huis loopt van gym
”. [betrokkene 17] tipt nog dat ze “in [q-straat] tegen over [D] moeten staan, zie je iedereen erin of eruit rijden
”.
” en dat “deze binnen nu en paar dagen max klaar moet zijn
”. [medeverdachte 1] antwoordt dat hij het “morgen 200% doet
”, “als sportschool klopt of niet klopt hebben we savonds nog
”. Hij “laat ze morgen hele dag daar zijn
”. Ook noemt [medeverdachte 1] dat ze in een bus kunnen om te ‘timeren’ (observeren) en heeft hij het over een Clio.
6.3.4.2. De aanhouding van verdachten en het aantreffen van goederen
6.3.4.4. De rol van [medeverdachte 1]
6.3.4.6. De rol van [verdachte]
” de bedoeling was dat het 17 maart 2017 zou gebeuren en dat [medeverdachte 1] ze daar de hele dag zou laten staan. Daarnaast waren alle benodigdheden voor een liquidatie die dag aanwezig en stonden in ieder geval [verdachte] en [betrokkene 16] via de aangetroffen PGP die dag tot het moment van de aanhouding in contact met [medeverdachte 1] . Bovendien heeft [verdachte] zich, zoals is vastgesteld in het zaaksdossier Barbera , kort daarvoor samen met onder meer [betrokkene 16] schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een andere liquidatie. De stelling van [verdachte] dat hij niet op de hoogte was van de voorgenomen liquidatie wordt weersproken door de bewijsmiddelen.
De bespreking van het vijfde middel
morgen 200% doet” zou kunnen worden afgeleid dat het de bedoeling was om ook [betrokkene 19] op 17 maart 2017 om het leven te laten brengen, kan hieruit niet worden afgeleid dat de opdracht hiertoe bij de verdachte en zijn medeverdachten was uitgezet en dat de voorhanden auto’s en wapens mede bestemd waren voor het plegen van de moord op [betrokkene 19] .
via een PGP-telefoon contact (heeft) onderhouden met in ieder geval [verdachte] en/of [betrokkene 16] op het moment dat zij in de buurt waren van de plek waar een van de beoogde slachtoffers kon komen en de liquidatie eventueel zou kunnen worden uitgevoerd”blijkt uit de weergegeven bewijsvoering dat niet alleen [betrokkene 18] kon komen op de plek waar de verdachte en zijn medeverdachten op 17 maart 2017 aanwezig zijn geweest, maar dat ook [betrokkene 19] daar aanwezig kon zijn. Immers gingen [betrokkene 18] en [betrokkene 19] (soms) samen naar de sportschool [D] aan de [h-straat] . Dit is ook door [betrokkene 17] aan [medeverdachte 1] doorgegeven. Op grond van deze vaststellingen heeft het hof kennelijk geoordeeld dat het voorhanden hebben van de vuurwapens en auto’s op 16 en 17 maart 2017 door de verdachte en zijn medeverdachten, gezien hun kennelijke focus op die sportschool, ook voorbereidingshandelingen opleverden die strekten tot de moord op [betrokkene 19] . Dat oordeel is niet onbegrijpelijk.
Het zesde middel
" [kroongetuige] heeft verklaard dat [betrokkene 16] (veredeld als [betrokkene 16] ), [betrokkene 13] (veredeld als [verdachte] ) en [betrokkene 22] (veredeld als [betrokkene 2] ) de beoogde uitvoerders waren"en dat
"[d]e liquidatie [...] niet [is] doorgegaan omdat de uitvoerders te laat waren door de schuld van [betrokkene 16] ( [betrokkene 16] )";
De bewezenverklaring en bewijsvoering
in de periode van 7 maart 2017 tot en met 9 maart 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op die man uit [plaats] ( [betrokkene 28] ) (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 289 Wetboek Pro van Strafrecht oplevert), opzettelijk een vervoermiddel, te weten
5.1. De chatberichten en telecomgegevens van 4 maart 2017 tot en met 12 april 2017
Proces-verbaal van bevindingen van 7 juni 2020, (…)
Naar aanleiding van de aangetroffen PGP-chatberichten van 9 maart 2017 zijn de historische verkeersgegevens telefonie van de volgende verdachten geanalyseerd en is er een schema van contacten tussen 4 en 10 maart 2017 opgenomen. De PGP-berichten en de andere telefonische contacten worden hieronder chronologisch weergegeven.
9.maart 2017
Proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 24] van 8 maart 2017, (…)
Bijlage goederen
Proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 3017, (…)
Op 17 maart 2017 (...) bevonden wij, verbalisanten, ons (...) te [plaats] .
Proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2017, (…)
Ik, verbalisant, had op 17 maart 2017 (...) een onderzoek ingesteld op een parkeerplaats aan [o-straat] te [plaats] .
Proces-verbaal van bevindingen van 30 maart 2017, (…)
Op 22 maart 2017 heb ik, verbalisant, (...) een onderzoek verricht aan het hierna genoemde inbeslaggenomen voertuig.
Bijlage 1
Ingevoerde bestemmingen uit het navigatiesysteem (...)
Proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 24] van 29 maart 2017, (…)
Op 29 maart 2017 (...) verscheen voor mij, verbalisant, (...) een persoon die mij opgaf te zijn:
Proces-verbaal van bevindingen van 9 oktober 2018, (…)
Café [C] is gevestigd aan de [p-straat 1] te [plaats] .
Proces-verbaal van verhoor getuige [kroongetuige] van 15 januari 2018, (…)
heb ik gehoord dat hij foto’s moest maken van café [E] of [C] aan de [p-straat] te [plaats] .
Proces-verbaal van verhoor getuige [kroongetuige] van 7 mei 2019, (…)
“6.3.3. BARBERA
” was, met wie het latere [slachtoffer 2] (onderzoek Lis) wordt bedoeld, terwijl het in deze zaak (zoals hierna wordt besproken) gaat om [betrokkene 28] als het beoogde slachtoffer. Dat [kroongetuige] zich op sommige onderdelen vergist of dingen door elkaar haalt, doet echter zonder meer niet af aan de betrouwbaarheid van zijn verklaringen op andere onderdelen.
6.3.3.1. Het uitlokken van een liquidatie
”. [medeverdachte 1] antwoordt hierop bevestigend. [betrokkene 27] geeft [medeverdachte 1] te kennen dat hij het gaat opzetten. [medeverdachte 1] laat aan [betrokkene 27] weten dat ze klaarstaan. Het hof stelt op basis van dit chatgesprek vast dat ‘ [betrokkene 6] ’ en ‘ [betrokkene 15] ’ bezig zijn geweest met een voorgenomen liquidatie, waarvan het beoogde slachtoffer “die man in [plaats]
” was. Het hof gaat er, zoals hierna nog wordt overwogen, van uit dat het hierbij gaat om [betrokkene 28] . De liquidatie heeft niet plaatsgevonden.
” het moet laten uitleggen. [medeverdachte 1] stuurt vervolgens naar [betrokkene 27] dat hij het “[betrokkene 30]
” moet uitleggen. [medeverdachte 1] laat nog wel aan [betrokkene 17] weten dat hij vindt dat de “[betrokkene 29]
” het niet goed heeft gedaan en hij vraagt zich af hoe dat kan terwijl “jullie
” hem betalen. [medeverdachte 1] geeft vervolgens aan naar de “heads
” te gaan om ze te bedaren.
” kan zeggen. [betrokkene 27] antwoordt hierop dat er morgen wat “pap
” [het hof begrijpt: geld\ wordt gestuurd voor de moeite en dat [medeverdachte 1] dat dan kan delen. [medeverdachte 1] vindt dit goed. In de nacht van 10 op 11 maart 2017 vraagt [medeverdachte 1] aan [betrokkene 17] wat het adres is. [betrokkene 17] antwoordt hierop: “[r-straat] kruising [s-straat]
”. [medeverdachte 1] zegt tegen [betrokkene 17] dat hij iemand stuurt en geeft dat adres vervolgens via WhatsApp aan [betrokkene 9] door. [betrokkene 17] vraagt aan [medeverdachte 1] of het klopt dat “[betrokkene 15]
” “35” heeft afgesproken. [medeverdachte 1] antwoordt hierop: “Ja ik zei voor jullie 21500. Geef ik heads de rest
”. [medeverdachte 1] laat aan [betrokkene 17] weten dat de persoon die hij heeft gestuurd er staat. [betrokkene 17] antwoordt om 00.25 uur dat hij het al heeft gegeven. [betrokkene 9] is die nacht om 00.05 uur door de politie op de [r-straat] in [plaats] gecontroleerd.
”. Vervolgens antwoordt [medeverdachte 1] : “Dank voor het gebaar mijn broer. We staan aan je zij. Sorry dat we je niet konden geven watje hoorde te krijgen, maar ik hoop dat er nog een kans volgt om deze voor u naar Satan te sturen.. gr mijn broer
”.
6.3.3.2. Het beoogde slachtoffer
6.3.3.3. De plaats van de voorgenomen moord
6.3.3.4. De voorbereidingshandelingen voor de (mislukte) liquidatie
6.3.3.4.2. Beoogde uitvoerders van de moord en gebruik bestelbus
Uit de telecomgegevens van 9 maart 2017 blijkt dat [medeverdachte 1] ten tijde van het ter plaatse komen van het doelwit en het hierover chatten met [betrokkene 27] voornamelijk telefonisch contact had of probeerde te hebben met [verdachte] . Dit is het geval om 20.42 uur, 20.43 uur, 20.49 uur, 20.52 uur, 21.01 uur, 21.10 uur, 21.14 uur en 21.17 uur. Om 21.18 uur straalde een toestel van [verdachte] aan op de mast [u-straat 1] in [plaats] .
”. [medeverdachte 1] antwoordt met “Ze zitten ervoor in bus
”. Op 17 maart 2017, acht dagen na het moment van deze mislukte liquidatie, worden [betrokkene 2] , [verdachte] en [betrokkene 16] aangehouden. [betrokkene 16] heeft dan een sleutel van een Volkswagen Caddy, een bestelbus, bij zich. Deze auto is in de nacht van 7 op 8 maart 2017, twee dagen vóór de mislukte liquidatie van [betrokkene 28] , in [plaats] gestolen. In het geïntegreerde navigatiesysteem van deze Volkswagen Caddy stond het adres [p-straat] in [plaats] als de laatst ingevoerde bestemming. De eigenaar heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij dit adres heeft ingevoerd. De andere in het navigatiesysteem aangetroffen bestemmingen heeft hij (wel) ingevoerd.
” en dat hij dan naar [verdachte] toe moet komen. Om 18.35 uur straalt een toestel van [betrokkene 16] aan op de mast [u-straat 1] in [plaats] . Zoals al gezegd, straalt een telefoon van [verdachte] kort na het moment van de beoogde liquidatie ook op deze mast aan. Op 10 maart 2017 om 01.27 uur straalde een telefoon van [betrokkene 16] aan op de mast [l-straat] in [plaats] . Deze mast bevindt zich in de nabije omgeving van de woning van [medeverdachte 1] aan de [m-straat 1] in [plaats] . Nu niet aannemelijk is geworden dat [verdachte] en [betrokkene 16] een ander adres hebben bezocht, gaat het hof ervan uit dat zij toen in [plaats] een ontmoeting met [medeverdachte 1] hebben gehad.
6.3.3.6. De rollen van [betrokkene 17] , [betrokkene 27] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [betrokkene 16]
6.3.3.6.1. [medeverdachte 1] , [verdachte] en [betrokkene 16]
Het hof acht wel wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [betrokkene 16] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor moord, wat aan [medeverdachte 1] meer subsidiair is ten laste gelegd en aan [verdachte] en [betrokkene 16] subsidiair is ten laste gelegd.
De bespreking van het zesde middel
“ [medeverdachte 1] zei dat ze iemand gelokt hadden daarheen voor een liquidatie. Dat was mis gegaan. De mensen van [medeverdachte 1] waren te laat gekomen”,
“ [betrokkene 16] heb ik ook nog een keer gesproken in detentietijd en die vertelde mij, dat ze te laat waren door hem. En dat daardoor die liquidatie niet plaatsgevonden had”en
“alleen ik heb zelf van [betrokkene 16] begrepen, dat hij te laat was, dat het door hem kwam. En wat ik van hem begrepen heb, was dat met [betrokkene 22] en [betrokkene 13] ”.De hierop gebaseerde gevolgtrekking dat de kroongetuige heeft verklaard dat [betrokkene 16] , [verdachte] ( [betrokkene 13] ) en [betrokkene 2] ( [betrokkene 22] ) de beoogde uitvoerders waren van de liquidatie, acht ik niet onbegrijpelijk. Het geval waarin het hof zich heeft beroepen op feiten en omstandigheden die niet in de bewijsmiddelen zijn vermeld, dan wel in zijn overwegingen niet met voldoende mate van nauwkeurigheid het wettige bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend, doet zich niet voor. Wat de stellers van het middel aanvoeren over de verklaringen van de kroongetuige ter terechtzitting doet aan het voorgaande niet af.
“hij sowieso niet snapte waar de kroongetuige het over had”en dat hij op een sarcastische manier beaamde dat hij te laat was.
verzonnendat ‘de heads’ op dat moment in een bus voor het café zaten. In het scenario onder (ii) is niet begrijpelijk dat het hof vaststelt dat een bestelauto als voorbereidingsmiddel betrokken is geweest bij de voorgenomen liquidatie van [betrokkene 28] omdat de betrokkenheid van de bus volgt uit het PGP-bericht van [medeverdachte 1] aan [betrokkene 27] met de tekst
“Ze zitten ervoor in bus”, terwijl die mededeling – en dus die bus – verzonnen is, aldus de stellers van het middel.
De rechtbank memoreert een aantal telefonische contacten tussen cliënt [verdachte] en [medeverdachte 1] . Het is spijtig te noemen dat geen zendmastgegevens bekend zijn geworden van de tijdstippen 20.42 uur, 20.43 uur, 20.49 uur, 20.52 uur, 21.01 uur, 21.10 uur, 21.14 uur en 21.17 uur. Dan zou namelijk duidelijk zijn geworden dat [verdachte] op dat moment op de [u-straat] was, zijnde het adres van een vriendin, waarover hij in hoger beroep een verklaring heeft afgelegd. Hij was daar vaak en vaak samen met [betrokkene 16] . Ook [betrokkene 16] heeft over zijn veelvuldig verblijf op de [u-straat] een verklaring afgelegd. Hij vond het gezellig en leuk op dat adres en speelde daar met de aanwezige kinderen. Mr, [betrokkene 32] heeft reeds aangegeven dat de route van de [u-straat 1] naar de [p-straat 1] per auto 4 km bedraagt en in 8 minuten is af te leggen.
Het zevende middel
De bewijsvoering
“6.3.5. CRIMINELE ORGANISATIE (140 SR)
6.3.5.1. De criminele organisatie
6.3.5.2. De deelnemers aan de criminele organisatie
6.3.5.2.1. De rol van [verdachte]
De verdediging van [verdachte] heeft tot vrijspraak geconcludeerd en subsidiair verzocht om de pleegperiode te beperken tot vier à zes weken, vanaf 1 of 18 februari 2017 tot en met 17 maart 2017.
De eerste deelklacht van het zevende middel
“de overwegingen zoals hiervoor opgenomen met aanvullende bewijsmiddelen over de criminele organisatie”heeft betrokken, niet begrijpelijk is, omdat niet duidelijk is wat de algemene overwegingen over de criminele organisatie zeggen over de wetenschap van de verdachte.