ECLI:NL:HR:2004:AQ8470
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 328ter Sr bij buitenlandse niet-ambtelijke omkoping en dubbele strafbaarheid
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld voor het aannemen van giften in strijd met de goede trouw (artikel 328ter Sr) en deelname aan een criminele organisatie gericht op niet-ambtelijke omkoping.
Het hof had geoordeeld dat de strafbepaling van artikel 328ter Sr ook van toepassing is op een Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan dergelijke feiten, mits voldaan is aan het vereiste van dubbele strafbaarheid zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid onder 2e, van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte voerde onder meer aan dat de Britse wetgeving niet hetzelfde begrip van 'goede trouw' kent, maar de Hoge Raad stelde dat de buitenlandse strafbaarstelling niet identiek hoeft te zijn aan de Nederlandse om dubbele strafbaarheid te veronderstellen.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat de organisatie waaraan verdachte deelnam tot oogmerk had het plegen van niet-ambtelijke omkoping, ondanks dat niet alle deelnemers elkaar kenden. Ook werd het verweer verworpen dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens overschrijding van de dagvaardingstermijn, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat het verlenen van een nadere termijn mogelijk is na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.
Het beroep van verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor niet-ambtelijke omkoping en deelname aan een criminele organisatie wordt bevestigd.