Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel in het principaal beroep
Subonderdeel 2.1klaagt dat het eerste deel van dit oordeel onbegrijpelijk is omdat uit de uitspraak niet anders valt af te leiden dat, nu de raad geen beleid had geformuleerd, die ruimte er niet was en Etriplus heeft aangevoerd dat die ruimte er niet was, gelet op het beleid van de gemeente en de provincie, de structuurvisie die er was, de wettelijke beslistermijn, het feit dat die termijn al was overschreden, het belang van Etriplus om nog te kunnen meedoen met de voorjaarsronde van de subsidie waarvoor zij in aanmerking kwam, het dringende beroep van Etriplus en het college om snel te beslissen en het feit dat de milieuonderzoeken die er waren, geen leemtes vertoonden. Volgens het subonderdeel is het hof onvoldoende ingegaan op deze stellingen van Etriplus, voor welke stellingen het subonderdeel deels verwijst naar genoemde opinie van de hoogleraar.
Subonderdeel 3.1richt onder a-e diverse klachten tegen dit oordeel.
Onder averonderstelt het subonderdeel dat het hof zijn oordeel dat de raad zijn besluit zou hebben aangehouden, heeft gegrond op een verplichting daartoe.
Onder b en cklaagt het subonderdeel dat het hof onvoldoende is ingegaan op de stellingen van Etriplus die zijn vervat in de genoemde opinie van de hoogleraar, dat de raad eerdere kansen op nader onderzoek heeft laten liggen en dat uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat er geen grond bestond voor nader onderzoek.
Onder dvoert het subonderdeel aan dat het oordeel van het hof berust op een onbegrijpelijke lezing van de uitspraak van de Afdeling, omdat het vernietigde besluit geen enkele aanwijzing bevat dat de raad, als hij geweten zou hebben dat het weigeringsbesluit onrechtmatig was, de besluitvorming zou hebben uitgesteld.
Onder eklaagt het subonderdeel dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is voor zover dit ziet op andere aspecten van de besluitvorming dan geluid en compensatiemaatregelen. Uit rov. 3.27 volgt volgens de klacht slechts dat ruimte bestond wat betreft die twee aspecten. Bovendien is het hof voorbijgegaan aan de stelling van Etriplus in de opinie van de hoogleraar dat het aantal en de hoogte van de turbines beleidsmatig al tamelijk concreet waren vastgelegd in de structuurvisie van het Klavertje 4-gebied.
Subonderdeel 4.1klaagt dat het hof dit oordeel niet heeft gemotiveerd.
Subonderdeel 4.2voert aan dat het hof onvoldoende is ingegaan op een reeks van stellingen die de opinie van de hoogleraar bevat. Die stellingen houden enerzijds in dat in een eerder stadium onderzoek snel was uitgevoerd en dat te verwachten was dat dit ook na 12 maart 2018 het geval zou zijn, en anderzijds dat GS op heel korte termijn hebben beslist.