In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan:
(i) Etriplus is opgericht in 2013 en treedt op als het energie-ontwikkelingsbedrijf voor Greenport Venlo, een bedrijventerrein voor handel, logistiek, agro en voeding ten noordwesten van Venlo. Etriplus heeft onder meer als doelstelling een windpark te ontwikkelen in Greenport Venlo.
(ii) De aandeelhouders van Etriplus zijn Greenchoice (10%), Alliander (25%), Arcadis (10%), Ekwadraat (10%) en Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo BV (hierna: Ontwikkelbedrijf, 45%). Aandeelhouders van Ontwikkelbedrijf zijn de provincie Limburg (hierna: de provincie, 58,6%), de gemeente (27,7%), de gemeente Horst aan de Maas (8,3%) en de gemeente Venray (5,4%).
(iii) Etriplus en de gemeente (alsmede de provincie en enkele andere gemeenten) zijn met elkaar in overleg getreden over het noodzakelijke bestuursrechtelijke besluitvormingstraject om te kunnen komen tot realisering van het windpark. In het kader daarvan is op 25 februari 2016 een intentieovereenkomst gesloten over de ontwikkeling van een windpark in het betrokken gebied (hierna: de intentieovereenkomst). Partijen bij deze intentieovereenkomst zijn Etriplus, de provincie en (de colleges van burgemeester en wethouders van) de gemeente en de gemeente Horst aan de Maas.
(iv) Op 13 december 2016 heeft hebben gedeputeerde staten van de provincie (hierna: GS) een besluit genomen op grond van de Elektriciteitswet 1998 waardoor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (hierna: het college) bevoegd werd de voorbereiding van de voor de realisatie van een windpark noodzakelijke besluiten te coördineren.
(v) Etriplus heeft op 7 juli 2017 bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een windpark bestaande uit negen windturbines.
(vi) Op 15 september 2017 heeft het college de voor de realisatie van een windpark noodzakelijke ontwerpbesluiten ter inzage gelegd. Dit betreft onder meer de ontwerp bestemmingsplannen ‘Windpark Greenport Venlo - deelgebied Trade Port Noord’ en ‘Windpark Greenport Venlo - deelgebied Zaarderheiken’ en een ontwerp omgevingsvergunning.
(vii) De raad van de gemeente heeft op 10 januari 2018 een beeldvormende vergadering over de ontwerp bestemmingsplannen gehouden. In zijn vergadering van 23 januari 2018 heeft het college besloten om de raad voor te stellen de ontwerp bestemmingsplannen vast te stellen.
(viii) Op 23 januari 2018 hebben Etriplus en de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten, gericht op de realisatie van het windpark, met de titel ‘Anterieure overeenkomst gemeente Venlo en Etriplus BV inzake realisatie Windpark Greenport Venlo, deelgebied Zaarderheiken’ (hierna: de anterieure overeenkomst).
(ix) Het besluitvormingsproces van de raad omtrent de ontwerp bestemmingsplannen is op hoofdlijnen als volgt verlopen. Het college heeft de raad op 20 februari 2018 brieven doorgezonden van GS en Ontwikkelbedrijf waarin bij de raad wordt aangedrongen op vaststelling van de bestemmingsplannen. De raad heeft op 21 februari 2018 vergaderd en aan het college gevraagd om een nadere toelichting op gezondheidsrisico’s en geluid van de windturbines. Het college heeft deze vragen bij brief van 23 februari 2018 beantwoord. De raad heeft op 28 februari 2018 de besluitvorming uitgesteld tot een nader te bepalen datum vanwege de discussie rond maatschappelijk draagvlak en gezondheidskwesties met betrekking tot geluid. Hierop zijn onder meer de gemeente, de provincie en Etriplus in overleg getreden. De raad heeft op 12 maart 2018 het besluit genomen de twee bestemmingsplannen niet vast te stellen (hierna: het weigeringsbesluit).
(x) De motivering van het weigeringsbesluit, gepubliceerd op 6 juni 2018, luidt kort samengevat en voor zover in cassatie van belang als volgt. (i) Omwonenden zijn onvoldoende betrokken bij het overleg over de voorbereiding van het initiatief. (ii) De raad is van oordeel dat het draagvlak voor het concrete windpark (concrete locatie, hoogte en aantal windmolens) dat door middel van de bestemmingsplannen mogelijk wordt gemaakt, onderzocht had moeten worden. Bij gebreke van dit draagvlakonderzoek heeft de gemeenteraad niet kunnen vaststellen dat er voldoende maatschappelijk draagvlak is voor dit plan. De (steeds verder toenemende) weerstand tegen het windpark geeft voldoende aanleiding om te twijfelen aan het aanwezig zijn van voldoende draagvlak. In dit verband is van belang dat er tegen de ontwerp bestemmingsplannen bijna 100 inwoners op eigen titel of samen met anderen een zienswijze ingediend hebben. (iii) Met name op het punt van de geluidgevolgen overtuigen de onderzoeksrapporten niet. In dit verband is van belang dat in wetenschappelijke publicaties de laatste tijd wordt aangegeven dat aan de hinder van windturbinegeluid wellicht meer gewicht moet worden toegekend dan in het verleden is gebeurd. Mede gelet op het voorzorgsbeginsel is de gemeenteraad van oordeel dat vanwege bovenstaande twijfels over de vraag of de huidige geluidnormen voldoende bescherming bieden aan omwonenden tegen de hinderlijkheid van het turbinegeluid van de te plaatsen windmolens en bij gebreke van onderbouwing en nader onderzoek naar de geluidseffecten van grote windmolens waarvan in de bestemmingsplannen sprake is, de plaatsing van dergelijke windmolens uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is. (iv) Mede gelet op het voorzorgsbeginsel is er onvoldoende aandacht geweest voor de (financiële) compensatie van de omwonenden.
(xi) Bij besluit van 10 april 2018 hebben GS besloten om een provinciaal inpassingsplan voor het windpark voor te bereiden (hierna: het pip), als alternatief voor de gemeentelijke ontwerp bestemmingsplannen die op 12 maart 2018 niet zijn vastgesteld. Bij besluit van 24 april 2018 hebben GS het besluit van 13 december 2016 ingetrokken als gevolg waarvan het college niet langer bevoegd is de voorbereiding van de voor de realisatie van het windpark noodzakelijke besluiten te coördineren.
(xii) Bij besluit van 28 september 2018 hebben GS het pip vastgesteld en een omgevingsvergunning aan Etriplus verleend voor het oprichten en het in bedrijf nemen van negen windturbines.
(xiii) Zowel het weigeringsbesluit van de raad als het pip en de omgevingsvergunning van GS zijn vervolgens onderworpen aan beroep bij uiteindelijk de Afdeling bestuursrechtspraak. De Afdeling heeft bij uitspraken van 18 december 2019 het beroep tegen het pip en de omgevingsvergunning ongegrond verklaard en het beroep van Etriplus tegen het weigeringsbesluit gegrond verklaard, met vernietiging daarvan wegens strijd met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel.De Afdeling heeft overwogen, kort gezegd, dat het besluit niet gedragen kan worden door de hiervoor onder (x) genoemde argumenten (i)-(iv).
(xiv) Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling heeft overleg tussen Etriplus en het college plaatsgehad. Bij brief van 24 maart 2020 heeft Etriplus aan het college meegedeeld dat met de vernietiging van het besluit van de raad van 12 maart 2018 is gegeven dat de gemeente onrechtmatig jegens Etriplus heeft gehandeld. In de brief heeft Etriplus de hoogte van haar schade met betrekking tot haar windpark met 9 windturbines toegelicht. Overleg tussen Etriplus en de gemeente heeft niet tot een minnelijke oplossing van hun geschil geleid.