Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Eindhoven en een bewoner over het gebruik van een deel van gemeentelijk perceel. De gemeente vorderde ontruiming van het perceel omdat de bewoner zonder toestemming gebruik maakte van de grond. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af op grond van rechtsverwerking.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het beroep op rechtsverwerking terecht heeft betrokken, ook al was dit verweer laat aangevoerd. Echter heeft het hof onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de gemeente voldoende gelegenheid heeft gehad om op dit verweer te reageren, wat strijdig is met het hoor en wederhoor-beginsel (art. 19 lid 1 Rv Pro).
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De bewoner wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.