Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Benadeelde partijen
Vorderingen van de benadeelde partijen
bijlage IIbij dit arrest. Zij heeft aangevoerd dat de benadeelde partijen die zich niet opnieuw hebben gevoegd, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Ook de benadeelden die niet duidelijk zijn geweest bij het indienen van hun vordering moeten niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige benadeelde partijen dienen wel ontvankelijk te worden verklaard en hun vorderingen kunnen worden toegewezen conform het overzicht, tot een totaalbedrag van € 5.092.183,00.
ten eersteaangevoerd dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer van de verdediging dat behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen een onevenredige belasting van het geding opleveren. Volgens de steller van het middel lijdt het arrest reeds daarom aan nietigheid. Deze klacht faalt, nu zo’n uitdrukkelijke beslissing niet is vereist. [3]
kan [6] beslissen als vaststaat dat een dergelijke vordering aanhangig is bij de civiele rechter. Verplicht is hij daartoe evenwel niet. [7] In de onderhavige zaak is alleen de mogelijkheid dat dit het geval is geopperd, maar verder is dit niet geconcretiseerd. Als deze civiele procedures zich tegen de verdachte zouden richten, zou de verdachte hiervan op de hoogte moeten zijn. Ingeval deze ‘parallelle’ civiele procedures tegen een van de medeverdachten worden gevoerd, zie ik niet in waarom dit voor de verdachte direct relevant zou zijn. Dit wordt noch in de pleitnota noch in de cassatieschriftuur op enigerlei wijze onderbouwd, zodat ik dit verder laat rusten.
3.Het tweede middel
4.Het derde middel
Feit 1 primair