Conclusie
Nummer22/02079
Inleiding
De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
[verdachte],
Het eerste middel
Het tweede middel
(Voornoemde stukken zijn aan dit proces-verbaal gehecht)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor overtredingen van de Wet wapens en munitie en de Wegenverkeerswet. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door een advocaat met een onvolkomen volmacht aan een griffiemedewerker, die niet voldeed aan de wettelijke vereisten. Desondanks werd het cassatieberoep niet niet-ontvankelijk verklaard omdat later een juiste volmacht werd ingediend.
Een belangrijk geschilpunt was de afwijzing door het hof van een aanhoudingsverzoek vanwege de afwezigheid van de verdachte bij de zitting. Het hof oordeelde dat de verdachte ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, maar deze conclusie was onbegrijpelijk gelet op de omstandigheden, waaronder een aantekening op de afstandsverklaring dat de verdachte uitstel wenste en medische klachten die het transport bemoeilijkten.
Het eerste middel klaagde over het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting, maar dit werd door de Hoge Raad hersteld door het arrest alsnog in het openbaar uit te spreken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling, waarbij het aanhoudingsverzoek opnieuw moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.