ECLI:NL:PHR:2024:664
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grootschalige DigiD-fraude met medeplegen diefstal en gewoontewitwassen
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van diefstal, oplichting, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De fraude betrof het stelen van poststukken met DigiD-activeringscodes, het aanvragen en activeren van DigiD-accounts en het aanvragen van toeslagen op naam van derden.
De bewezenverklaring rustte op uitgebreid bewijs, waaronder verklaringen van medeverdachten, sms-berichten, contante geldstortingen, inbeslaggenomen poststukken en bankafschriften. De verdachte had een prominente en onmisbare rol in de fraudeconstructie en profiteerde hiervan financieel.
In cassatie werden diverse middelen aangevoerd, waaronder onduidelijkheden over processen-verbaal, de aanwezigheid van de voorzitter via audiovisuele verbinding, de kwalificatie van DigiD-activeringscodes als 'goed', en de motivering van de bewezenverklaring. De meeste middelen werden verworpen, behalve de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie, wat leidde tot vermindering van de straf.
De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte medepleger was van de diefstallen ondanks niet betrokken te zijn bij de feitelijke uitvoering, en dat de witwaspraktijken een gewoonte waren. De straf werd verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, maar het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.