Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
19 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene werd geconfronteerd met een betalingsverplichting van €651.064.
De Hoge Raad constateert dat het hof bij de beoordeling van de overschrijding van de redelijke termijn ten onrechte het gehele tijdsverloop van zeventien jaar en zeven maanden als één periode heeft beschouwd, zonder afzonderlijke beoordeling van eerste aanleg en hoger beroep. Dit is in strijd met de jurisprudentie dat beide fasen apart moeten worden beoordeeld met een redelijke termijn van twee jaar per instantie.
Daarnaast is ook in cassatie de redelijke termijn overschreden, doordat de stukken te laat zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep is gedaan. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en vermindert deze tot €640.000. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €640.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.