Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het achtste en het negende cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
15 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een verdachte die werd veroordeeld voor grootschalige DigiD-fraude met huur- en zorgtoeslagen. De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplegen van diefstal, oplichting, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de beoordeling van de overschrijding van de redelijke termijn niet het juiste beoordelingskader heeft gehanteerd. Het hof had het tijdsverloop in eerste aanleg en hoger beroep afzonderlijk moeten beoordelen, conform vaste jurisprudentie. Daarnaast is in cassatie de redelijke termijn overschreden door vertraagde inzending van stukken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De straf wordt verminderd van veertien naar dertien maanden gevangenisstraf. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd van veertien naar dertien maanden wegens overschrijding redelijke termijn.