Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
Beoordeling van het bewijs
Aanvullende overwegingen
Parket bij de Hoge Raad
Deze zaak betreft een grootschalige DigiD-fraude waarbij persoonsgegevens van bewoners van verschillende flats werden misbruikt om DigiD-activeringscodes aan te vragen, die vervolgens werden onderschept door post uit brievenbussen te stelen. Met deze codes werden bankrekeningnummers en inkomensgegevens gewijzigd en werden zorg- en huurtoeslagen aangevraagd die op rekeningen van katvangers werden gestort en contant opgenomen.
De verdachte werd door de rechtbank en het hof veroordeeld voor medeplegen van schending van het ambtsgeheim, oplichting, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De verdediging voerde in cassatie aan dat de bewezenverklaring van medeplegen onvoldoende gemotiveerd was, omdat de verdachte niet bij alle strafbare feiten betrokken zou zijn geweest en zijn bijdrage onvoldoende concreet was.
De Hoge Raad overweegt dat medeplegen kan worden aangenomen indien een verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt aan een concreet crimineel plan waarvan de strafbare feiten onmisbare onderdelen zijn, ook als hij niet bij de feitelijke uitvoering van alle feiten betrokken is geweest. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd omdat de verdachte een actief, onmisbaar en uniek aandeel had in de fraudeconstructie en daarvan heeft geprofiteerd. De klacht faalt en het cassatieberoep wordt verworpen.
Ambtshalve merkt de Hoge Raad op dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, maar dat dit geen gevolgen heeft voor de uitspraak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van DigiD-fraude en aanverwante feiten wordt bevestigd.