Conclusie
(bij vervroeging)
[eiser]respectievelijk
[verweerder]
1.Inleiding en samenvatting
[eiser] heeft de koopovereenkomst ontbonden omdat [verweerder] de woning niet afnam. [verweerder] stelde dat hij een geslaagd beroep op het financieringsvoorbehoud had gedaan. De rechtbank en het hof oordeelden dat dit beroep niet voldeed aan de tussen partijen overeengekomen eisen. De rechtbank zag in hetgeen [verweerder] aanvoerde geen reden de boete te matigen. Het hof matigde de boete tot het bedrag van de door [eiser] geleden schade (€ 7.810,40).
2.Feiten
koopovereenkomst) heeft [eiser] het perceel grond met woning en verdere aanhorigheden, plaatselijk bekend als [postcode 1] [plaats] , [a-straat 1] en kadastraal bekend als [gemeente] , [sectie] no. [001] , tegen een koopsom van € 790.000,00 aan [verweerder] verkocht.
makelaar), statutair gevestigd te Best. [verweerder] liet zich niet bijstaan door een makelaar.
rechtbank) tegen [verweerder] [eiser] heeft – samengevat – gevorderd dat [verweerder] wordt veroordeeld tot betaling van de in art. 11.2 van de koopovereenkomst bedongen boete van 10% van de koopsom, te weten € 79.000,--, vermeerderd met rente en kosten. [verweerder] heeft als verweer aangevoerd dat hij ruim op tijd een beroep heeft gedaan op het financieringsvoorbehoud en dat daarmee de overeenkomst is ontbonden. Tevens beroept [verweerder] zich op onrechtmatige daad, schuldeisersverzuim, de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, gerechtvaardigd vertrouwen en misbruik van omstandigheden, kort samengevat, omdat (de makelaar van) [eiser] niet (tijdig) heeft gereageerd op de door [verweerder] op 10 juli gestelde vraag of zijn beroep op het financieringsvoorbehoud wordt aanvaard. Ook heeft hij een beroep gedaan op matiging van de eventueel verschuldigde boete.
hof) tegen het vonnis van de rechtbank van 5 augustus 2020.
Op verlangen van de schuldenaar kan de rechter, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de bedongen boete matigen, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet.”
Intrahof/Bart Smit)). De omstandigheden van het geval zijn uiteindelijk beslissend en niets verhindert de rechter gewicht toe te kennen aan de hoedanigheid van partijen, zoals het zijn van particulier (HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:
BW4986,
[…] / […]). Ook de omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand kwam, zijn van belang (MvA II,
Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 326).
4.Bespreking van het cassatiemiddel
nietis gesteld dat bij het sluiten van de overeenkomst [eiser] [verweerder] uitdrukkelijk op het boetebeding van artikel 11 heeft Pro gewezen en de toepasselijkheid daarvan in geval van niet nakoming van artikel 15. Ook op dit punt zijn de subonderdelen 1.1 en 1.5 ongegrond.
In toelichting op onderdeel 1 is voorts nog vermeld dat een koper in beginsel in staat moet worden geacht de gevolgen van een in de tekst van een koopovereenkomst opgenomen boetebeding te kunnen overzien en dat [verweerder] niet heeft gesteld dat hij die gevolgen niet heeft kunnen overzien.
nietis gesteld dat [eiser] [verweerder] bij het sluiten van de overeenkomst uitdrukkelijk op het boetebeding heeft gewezen. [verweerder] heeft wel gesteld dat (de makelaar van) [eiser] een zorgplicht heeft geschonden, kort gezegd, door niet tijdig te reageren op het bericht van [verweerder] van 10 juli 2019. [33] De in cassatie bestreden overweging in r.o. 6.16.4 dient echter niet in die context te worden bezien. De overweging van het hof ziet immers op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Ik lees in die overweging ook niet dat het hof uitgaat van een zorgplicht van (de makelaar van) [eiser] ten aanzien van de totstandkoming of werking van het boetebeding. Ik plaats de bestreden overweging in het kader van de factor of [verweerder] zich van de strekking van het boetebeding bewust was. Daarin is geen doorslaggevende grond gelegen voor matiging van de boete, maar het is wel een factor die kan worden meegewogen. [34] Over deze factor is door partijen niets gesteld, zoals ook [eiser] aanvoert in de toelichting op onderdeel 1. De overweging van het hof houdt ook niet anders in. Deze subonderdelen berusten dus op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en missen daarom doel.
[…] / […]geen bijzondere regel heeft willen geven voor de matiging van boetebedingen in koopovereenkomsten met betrekking tot woningen gesloten tussen particulieren niet dat op grond van die bedingen verschuldigde boetes nooit gematigd zouden mogen worden tot de werkelijk geleden schade.