ECLI:NL:PHR:2012:BW4986
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging van contractuele boete bij niet-nakoming koop woning
In deze zaak ging het om een koopovereenkomst van een woning tussen particulieren waarbij de koper de financiering niet rond kreeg en de verkoper de overeenkomst ontbond, waarbij een contractuele boete van 10% van de koopsom werd verbeurd. De koper vorderde matiging van deze boete op grond van artikel 6:94 lid 1 BW Pro, stellende dat de boete buitensporig was in verhouding tot de werkelijke schade.
De Hoge Raad bevestigde de maatstaf uit het arrest Intrahof/Bart Smit dat matiging slechts mogelijk is indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, waarbij rekening moet worden gehouden met de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het boetebeding en de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen. De boete van 10% van de koopsom is gebruikelijk bij particuliere woningkoop en heeft zowel een schadefixerende als een aansporende functie.
Hoewel de werkelijke schade in dit geval aanzienlijk lager was dan de boete, is een volledige matiging tot het schadebedrag in beginsel niet aan de orde omdat ook de aansporende functie moet worden gerespecteerd. Wel is ruimte voor een gedeeltelijke matiging van het deel van de boete dat boven de werkelijke schade uitstijgt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof te streng was in zijn terughoudendheid en het arrest vernietigde.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en het beginsel van pacta sunt servanda, maar erkent ook dat persoonlijke omstandigheden en de verhouding tussen schade en boete bij het matigingsoordeel een rol kunnen spelen. De zaak bevat een uitgebreide analyse van jurisprudentie en literatuur over de matiging van boetebedingen in koopovereenkomsten van woningen.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens te strenge terughoudendheid bij matiging van de boete; zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling.