ECLI:NL:HR:2012:BW4986
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terughoudendheid bij matiging boetebeding in koopwoning
In deze zaak gaat het om een koopovereenkomst voor een woning waarbij een boetebeding van €21.000 is opgenomen. Kopers konden geen financiering verkrijgen en maakten geen gebruik van het financieringsvoorbehoud om de koop te ontbinden. De verkopers ontbonden de overeenkomst en eisten de boete op.
De kopers vorderden matiging van de boete op grond van art. 6:94 lid 1 BW Pro, stellende dat het niet verkrijgen van financiering hen niet kan worden toegerekend en dat de boete buitensporig is. Zowel rechtbank als hof wezen deze vorderingen af. Het hof oordeelde dat het niet verkrijgen van financiering voor risico van kopers komt, temeer daar zij het financieringsvoorbehoud niet hadden ingeroepen.
De Hoge Raad bevestigt de maatstaf uit het arrest van 27 april 2007 dat matiging slechts kan plaatsvinden als de boete tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. De Hoge Raad wijst erop dat het boetebeding ook een prikkel tot nakoming beoogt en dat terughoudendheid bij matiging geboden is. De klacht dat de maatstaf onvoldoende rekening houdt met de hoedanigheid van partijen wordt verworpen. Het beroep wordt afgewezen en de kosten worden aan de eisers opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt dat het boetebeding niet wordt gematigd.