ECLI:NL:PHR:2023:25
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over geldigheidsduur en motivering van zorgmachtiging onder Wvggz
De zaak betreft een geschil over de geldigheidsduur van een aansluitende zorgmachtiging verleend door de rechtbank Rotterdam na een eerdere machtiging van de rechtbank Den Haag. De rechtbank Rotterdam verleende een zorgmachtiging voor twaalf maanden, terwijl de rechtbank Den Haag kort daarvoor een machtiging voor twee weken had verleend. Betrokkene stelde dat dit in strijd was met de wettelijke bepalingen.
De Hoge Raad oordeelt dat bij meerdere deelbeschikkingen over opeenvolgende perioden de totale duur van de machtigingen niet de wettelijke maximumduur van twaalf maanden mag overschrijden. De bestreden beschikking is daarom vernietigd en de zaak wordt afgedaan door de geldigheidsduur met twee weken te bekorten.
Daarnaast is het oordeel van de rechtbank dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, gerelateerd aan middelengebruik, voldoende gemotiveerd. De klacht dat de medische verklaring verouderd zou zijn, wordt verworpen omdat de verklaring minder dan acht weken oud was en er geen concrete feiten waren om de actualiteit te betwijfelen.
De Hoge Raad bevestigt dat een aansluitende zorgmachtiging zelfstandige rechtskracht heeft en dat bezwaren tegen een voorafgaande machtiging via het juiste rechtsmiddel moeten worden behandeld. De zaak bevat ook een uitgebreide bespreking van de toepasselijkheid van de Wvggz, de beslistermijnen en de vereisten voor medische verklaringen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de zorgmachtiging van twaalf maanden wegens overschrijding van de maximale duur en bevestigt het oordeel over de psychische stoornis en medische verklaring.