ECLI:NL:HR:2021:1048

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
1 juli 2021
Zaaknummer
21/01287
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:6 Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beschikkingen rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake zorgmachtiging

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2020 en 7 januari 2021, die betrekking hadden op de termijn van een aansluitende zorgmachtiging onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikkingen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat beantwoording ervan niet relevant is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad heeft bij beschikking van 2 juli 2021 het beroep verworpen, waarbij de vicepresident en raadsheren gezamenlijk het vonnis hebben gewezen en de uitspraak in het openbaar is gedaan door raadsheer M.J. Kroeze.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikkingen van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01287
Datum2 juli 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT
ZEELAND-WEST-BRABANT,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/02/380091/FA RK 20/6589 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2020 en 7 januari 2021.
Betrokkene heeft tegen de beschikkingen van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
2 juli 2021.