Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
zoals altijdop tijd zou komen
en dat hij er normaal ook altijd iseen onderbouwing van de verwachting van de advocaat is dat verzoeker bij de mondelinge behandeling aanwezig zou zijn en (dus) door de rechter wilde worden gehoord en (iii) dat uit het niet opnemen van een telefoon (mede gezien de mededelingen van de advocaat van verzoeker tijdens de mondelinge behandeling) niet kan worden afgeleid dat verzoeker niet bereid was om zich door de rechter te doen horen: er kunnen immers diverse redenen zijn waarom verzoeker de telefoon niet heeft opgenomen die los staan van zijn bereidheid om zich door de rechter te doen horen.
niet in staat of bereid iszich te doen horen.
in staat iszich naar de rechtbank te begeven,
vervolgensbehoorlijk ter zitting is opgeroepen, maar daar niet is verschenen, is het niet geheel duidelijk wanneer uit het niet verschijnen precies kan worden afgeleid dat er ook geen bereidheid is om te worden gehoord. Er lijken in ieder geval hoge eisen te worden gesteld aan het vaststellen dat een niet verschenen, maar behoorlijk opgeroepen betrokkene niet bereid is gehoord te worden, zo is gebleken uit meerdere uitspraken van Uw Raad. [12]
RFR2021/41, vermeldt dat het horen van betrokkene/cliënt groot goed is en blijft en vuistregel is (zo volgt uit vaste rechtspraak) dat daartoe twee pogingen moeten worden ondernomen. Mocht de betrokkene/cliënt twee keer niet thuis hebben gegeven, dan kan de rechter in redelijkheid vaststellen dat hij niet gehoord wil worden.
anderewijze kan worden opgeroepen, dus per gewone post, oproeping in landelijk/plaatselijk dagblad, etc. Mede vanwege de spoed is het daarnaast niet ongebruikelijk dat oproeping telefonisch geschiedt. [14] Als de eerste wijze van oproeping onsuccesvol is gebleken, zal - indien mogelijk - de tweede oproeping dus op een andere wijze moeten geschieden. Indien de betrokkene in Nederland verblijft en van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in een door de rechtbank bepaalde locatie wordt gehoord, begeeft de rechter zich daartoe, vergezeld door de griffier, naar de woon- of verblijfplaats van betrokkene (art. 6:1 lid 2 Wvggz Pro). Betrokkene kan ook in de accommodatie waar hij verblijft worden gehoord (art. 6:1 lid 3 Wvggz Pro).
zoals altijd op tijd zou komen. Normaal is hij er ook altijd.”