Conclusie
1.Feiten
Schenkeveld) exploiteert een glastuinbouwbedrijf en houdt zich vooral bezig met de teelt van tomaten. Het bedrijf is gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer.
Liander) is een netbeheerder in de zin van art. 10 lid 9 van Pro de Elektriciteitswet 1998 (hierna:
E-wet) in onder meer de provincie Noord-Holland. In die provincie bevinden zich meerdere zogeheten onderstations. [2] Onderstation Haarlemmermeer bestaat uit twee transformatoren, met elk een leveringscapaciteit van 88 MVA. Aanvankelijk was slechts een van de transformatoren in gebruik voor de levering van elektriciteit en diende de andere transformator als storingsreservecapaciteit.
ACM) verzocht om een ontheffing van haar verplichting genoemde reservecapaciteit aan te houden teneinde de vrijgekomen capaciteit permanent te kunnen benutten voor afnemers. De ACM heeft deze ontheffing bij besluit van 2 november 2017 verleend [3] Liander kreeg daardoor op onderstation Haarlemmermeer een totale transportcapaciteit van (2x88=) 176 MVA beschikbaar.
CBb). De inhoudelijke behandeling van het beroep had, ten tijde van de feitenvaststelling door de voorzieningenrechter, nog niet plaatsgevonden.
2.Procesverloop
first come, first served’. Liander heeft de mogelijkheid van congestiemanagement volgens de voorzieningenrechter niet (voldoende) onderzocht en zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat congestiemanagement geen oplossing kan bieden. Op deze gronden heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat Liander onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft zoals bedoeld in art. 24 lid Pro 2 E-wet.
het hof). Liander heeft vijf grieven aangevoerd. Schenkeveld heeft verweer gevoerd.
het rapport). [9] Vervolgens is het hof tot het volgende oordeel gekomen:
3.Juridisch kader
Europese regelgevingmet betrekking tot de elektriciteitsmarkt bestaat uit richtlijnen en verordeningen. Dit is het hoogste niveau van regelgeving.
TSB’s). [14] In Nederland is dat TenneT. Daarnaast kan de Commissie bij verordening uitvoeringsmaatregelen vaststellen, die worden opgesteld samen met het Europese agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en het Europese netwerk van TSB’s (ENTSO-E). Een van de door de Commissie vastgestelde verordeningen ziet op grensoverschrijdend congestiebeheer. [15]
nationale regelgevinginzake elektriciteit is grotendeels opgenomen in de E-wet. Voor zover hier relevant is de regulering van netbeheerders op onderdelen nader uitgewerkt in een ministeriële regeling, de Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden elektriciteit (hierna:
Regeling tariefstructuren). [16] Deze regeling schrijft voor wat in de hierna te noemen ‘codes’ moet worden geregeld.
Daarnaastdient de netbeheerder zich ingevolge het derde lid te onthouden van iedere vorm van discriminatie tussen netgebruikers.
Citiworks-arrest van het Hof van Justitie, waarin het volgende wordt overwogen (mijn onderstreping): [22]
Willen de afnemers immers vrij hun leverancier kunnen kiezen, dan dienen de leveranciers het recht te hebben op toegang tot de verschillende transmissie‑ en distributiesystemen die de afnemers van elektriciteit voorzien.
Citiworks-arrest wordt het volgende overwogen over de uitzondering op de verplichting van een netbeheerder om aan een transportverzoek te voldoen:
Visiedocument transportschaarsteovergelegd aan de Tweede Kamer. [29] Met dit document heeft de NMa geanticipeerd op de aanpassing van de Regeling tariefstructuren. De NMa zet daarin uiteen waarom zij van oordeel is dat de uitzonderingsgrond van art. 24 lid Pro 2 E-wet restrictief dient te worden geïnterpreteerd. Zij laat daar op volgen:
geen aanknopingspunt biedt voor het standpunt van VEMW en PAWEX dat deze bepaling tot doel heeft bestaande afnemers te beschermen tegen aantasting van hun rechtendoor het toekennen van transportrechten aan nieuwe partijen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat, onder andere, artikel 24 van Pro de Wet beoogt te voorkomen dat de netbeheerder misbruik maakt van zijn monopoliepositie. Daartoe verzekert de Wet de vrije en non-discriminatoire toegang tot de netten (TK 1997-1998, 25621, nr. 3, p. 8-9 en p. 26). Uit het systeem van de wet volgt dat een ieder die daarom verzoekt aangesloten moet worden en dat –
eenmaal aangesloten – geen onderscheid mag worden gemaakt tussen recent en langer aangeslotenen met betrekking tot het aanbod van transport(artikel 24, derde lid van de Wet). De verplichting om transportcapaciteit aan te bieden, vindt zijn begrenzing in het tweede lid van artikel 24 van Pro de Wet. De verplichting geldt niet - en de netbeheerder maakt derhalve geen misbruik van zijn monopoliepositie - indien hij transport weigert, omdat hij redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Ook in de toepassing van het tweede lid is de netbeheerder gehouden aan het non-discriminatiebeginsel. Aldus vloeit uit artikel 24 van Pro de Wet een systeem van non-discriminatoire toewijzing en – in geval van schaarste - verdeling van transportcapaciteit voort.
Hieruit valt echter niet af te leiden dat de wetgever een rangorde heeft willen aanbrengen in de rechten van afnemers.(…).”
Vragen en antwoorden transportschaarste: Rechten en plichten van afnemers en netbeheerders’, dat door Liander in het geding is gebracht. [33] Op blz. 2 merkt de ACM het volgende op (de voetnoten laat ik weg):
alleafnemers/producenten tegelijk gebruik maken van hun volledige transportrecht). De netbeheerders moeten daarom, om efficiënter gebruik te maken de beschikbare capaciteit, méér transportrechten uitgeven dan dat het net in werkelijkheid aan kan als die rechten tegelijk volledig worden gebruikt. [34]
no showzal zijn, kan er wel toe leiden dat op ‘piekmomenten’ waarop de daadwerkelijke vraag naar transportcapaciteit het beschikbare aanbod dreigt te overschrijden (fysieke congestie) congestiemanagement nodig is. In het kader waarvan kan aan afnemers/producenten worden gevraagd en zo nodig opgelegd dat zij minder verbruiken/produceren en dus transporteren. Blijkens de in 3.23 geciteerde uitspraak van het CBb staat art. 24 lid Pro 2 E-wet aan die consequentie niet in de weg.
fysieke congestie, waarbij dus rekening is gehouden met het feit dat niet al het gecontracteerde transportvermogen tegelijk zal worden gebruikt, en door de netbeheerder (binnen de geldende veiligheidsmaatregelen) maximaal gebruik wordt gemaakt van de aan hem beschikbare bedrijfsmiddelen. Het ligt voor de hand dat bij de door de netbeheerders te maken inschatting van het daadwerkelijk gebruikte transportvermogen rekening moet worden gehouden met reeds vergeven (gecontracteerde) transportrechten die nog niet daadwerkelijk in gebruik zijn. [36]
voorspeldeof gerealiseerde vermogensstromen de thermische grenzen van de elementen van het net en de grenzen van de spannings- of fasehoekstabiliteit van het elektriciteitssysteem overschrijden”
Vragen en antwoorden transportschaarste’(reeds aangehaald in 3.24):
first come, first servedkan worden toegepast. Daarbij gaat het om een verdelingsmethodiek op grond waarvan verzoeken om (extra) transportcapaciteit op volgorde van binnenkomst worden behandeld, waarbij op enig moment een punt kan worden bereikt waarop er geen capaciteit meer over is omdat alles is vergeven aan eerder ingediende aanvragen. Deze methodiek wordt door Liander (ook) [43] in deze zaak verdedigd. Volgens Schenkeveld is deze methodiek in strijd met het non-discriminatiebeginsel, omdat zij kan leiden tot bevoordeling van bestaande afnemers ten koste van nieuwe toetreders. [44]
geen onderscheid mag worden gemaakt tussen recent en langer aangeslotenen met betrekking tot het aanbod van transport”.Daaruit valt niet met algehele zekerheid af te leiden dat het ook in strijd met art. 24 E-wet is als nieuwe toetreders worden achtergesteld bij bestaande aangeslotenen. Het hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat dit niet in strijd was met het non-discriminatiebeginsel. [46] De rechtbank Oost-Brabant heeft naar die uitspraak verwezen. [47] De ACM heeft in haar in 3.30 genoemde besluit ook verwezen naar deze uitspraak van het Bossche hof. Steeds ging het daar om zaken waarin congestiemanagement niet voor een oplossing kon zorgen.
first come, first servedals initiële methode om dreigende schaarste het hoofd te bieden niet is toegestaan omdat daarbij aan nieuwe afnemers geen transportcapaciteit wordt toegewezen (of althans minder dan zij hebben aangevraagd), terwijl bestaande afnemers hun aanvraag volledig zouden zien gehonoreerd. Dit geldt ook als alle aanvragers al aangeslotenen zijn: aanvragers krijgen dan aanvankelijk toegewezen wat zij vragen tot de koek op is waardoor latere aanvragers achter het net vissen. Niet alleen is dan sprake van discriminatie als bedoeld in art. 24 lid Pro 3 E-wet, ook zal dan niet zijn voldaan aan de voorwaarden voor de uitzonderingsgrond van art. 24 lid Pro 2 E-wet.
first come, first servedstaat op gespannen voet met het verbod van discriminatie tussen netgebruikers. Er is echter ruimte voor toepassing van dit beginsel in gevallen waarin de netbeheerder kan aannemelijk kan maken dat fysieke congestie ontstaat die niet met congestiemanagement kan worden opgelost.
first come, first servedin de gedingstukken verdedigd, maar in deze zaak niet toegepast. Het verzoek van Schenkeveld om uitbreiding is in november 2017 ingediend, maar de in maart 2017 ingediende verzoeken van enkele datacenters zijn op dezelfde grond afgewezen (zie 1.7 en 1.8 hiervoor).
4.Bespreking van het cassatiemiddel
ex nunchad moeten beoordelen. [55]
nadatde in geschil zijnde extra transportcapaciteit aan Schenkelveld was aangeboden en gecontracteerd. Liander kan zich ten aanzien daarvan niet op daarna ontstane congestie beroepen.
ex nuncte beoordelen vraag voorlag of Liander verplicht was een aanbod te doen.
gecontracteerd, maar het moment waarop het – reeds eerder gecontracteerde vermogen – daadwerkelijk
in bedrijfgaat. Op basis van de grafiek had het hof dus niet kunnen afleiden of de beschikbare transportcapaciteit al was gecontracteerd ten tijde van de aanvraag van Schenkeveld, aldus het onderdeel.
evident [is] dat het gecontracteerd vermogen op zeer korte termijn door de betrokken afnemers ook daadwerkelijk zal worden gebruikt.
”
werkelijkeverbruik weergeeft, volgt uit de grafiek. Het werkelijke verbruik wordt immers weergegeven door een donkerblauwe lijn die ruim onder de oranje lijn loopt.
Op het moment dat de aansluiting in bedrijf gaat wordt er daadwerkelijk gecontracteerd.Wij hebben alles heel netjes doorlopen.
De eerste klant die erom vroeg hebben wij ook als eerst in behandeling genomen.
Hier gaat het om het moment van het in bedrijf gaan.Men gaat niet bouwen zonder een zekerheid voor een aansluiting
en een contractvoor die aansluiting.
De ruimte die hij niet gecontracteerd had, was dus beschikbaar. De aanvraag voor 6.7 MVA is pas heel laat gedaan.
wanneerdie contracten zijn gesloten. Indien het verzoek van Schenkeveld ten onrechte zou zijn geweigerd en Liander na die weigering, maar voor het maken van de grafiek, de contracten met de datacenters zou hebben gesloten, dan zou de voorspellende oranje lijn er hetzelfde uitzien.
ex tunczou moeten worden getoetst en daarom november 2017 het toetsingsmoment zou zijn, zou het oordeel dat Liander onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake was van contractuele congestie nog steeds onbegrijpelijk zijn, omdat in dat geval – en ook als de door het hof gehanteerde uitleg van de grafiek wordt gevolgd – uit de grafiek blijkt dat op dat moment de beschikbare transportcapaciteit was volgecontracteerd.
subonderdeel 5.1heeft het hof daarmee miskend dat de vraag of Liander zich op deze uitzonderingsgrond kon beroepen moet worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Bovendien, zo betoogt
subonderdeel 5.2, is het hof onvoldoende ingegaan op een aantal door Liander ingeroepen omstandigheden. [61]
subonderdeel 6.1 en 6.3). Daarnaast zou het hof de verwachting over het oordeel van de CBb onvoldoende hebben gemotiveerd (
subonderdeel 6.2) en hebben miskend dat de ACM niet heeft geoordeeld over (een deel van) de geschilpunten waarover het hof had te oordelen (
subonderdeel 6.3). Ten slotte betoogt
subonderdeel 6.4dat de zojuist genoemde afstemmingsregel hooguit geldt ten behoeve van een partij bij een geschil als bedoeld in art. 51 lid Pro 1 E-wet. Schenkeveld zou daar niet onder vallen omdat niet zij, maar een niet-bestaande partij, de klacht bij de ACM heeft ingediend (vgl. de uitspraak van het CBb van 17 maart 2020; zie 4.2).
overweging ten overvloede. Immers wordt in deze overweging ervan uit egaan dat wel sprake is geweest van contractuele congestie, terwijl het hof daarvoor heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat sprake was van contractuele congestie. Aangezien de overige onderdelen van het cassatiemiddel niet slagen, heeft Liander om die reden bij de behandeling van dit onderdeel
geen belang.
onderdeel 8betoogt Liander dat het hof de devolutieve werking van het appel heeft miskend voor zover het hof in het middel ingeroepen stellingen niet in aanmerking heeft genomen omdat het van oordeel was dat het in eerste aanleg door Liander ingenomen stellingen niet ambtshalve bij de beoordeling behoefde te betrekken. Dat het hof van dit oordeel zou zijn uitgegaan en ten aanzien van welke stellingen, wordt noch in het onderdeel, noch in de toelichting daarop nader duidelijk gemaakt. Dat het hof de devolutieve werking van het appel zou hebben miskend is mij overigens niet gebleken, zodat het middel dient te falen.