ECLI:NL:HR:2021:1096

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
8 juli 2021
Zaaknummer
20/01410
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 24 lid 2 Elektriciteitswet 1998Art. 24 lid 3 Elektriciteitswet 1998Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek verzwaarde aansluiting wegens capaciteitsgebrek

In deze zaak heeft Liander N.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het verzoek van Liander om een verzwaarde aansluiting werd afgewezen wegens het ontbreken van capaciteit. De zaak betreft de uitleg en toepassing van artikel 24 lid 2 en Pro lid 3 van de Elektriciteitswet 1998, waarin de netbeheerder een verzoek om aansluiting kan weigeren wegens capaciteitsgebrek, maar daarbij het discriminatieverbod in acht moet nemen.

De Hoge Raad heeft het beroep van Liander beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Liander veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee is het arrest van het hof bekrachtigd dat het verzoek om een verzwaarde aansluiting afwijst op grond van contractuele congestie en het ontbreken van capaciteit, met inachtneming van het discriminatieverbod uit de Elektriciteitswet 1998.

De uitspraak bevestigt dat netbeheerders verzoeken om verzwaarde aansluitingen mogen weigeren wanneer er geen capaciteit beschikbaar is, mits zij het discriminatieverbod naleven. Dit arrest heeft daarmee belangrijke gevolgen voor de toepassing van de Elektriciteitswet en de beoordeling van contractuele congestie in het energierecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek om verzwaarde aansluiting wegens capaciteitsgebrek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01410
Datum9 juli 2021
ARREST
In de zaak van
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
hierna: Liander,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
SCHENKEVELD EXPLOITATIE PRIMA 4A B.V.,
gevestigd te Den Hoorn, gemeente Midden-Delfland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Schenkeveld,
advocaat: D. Rijpma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/05/350427 / KG ZA 19-90 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 16 april 2019;
de arresten in de zaak 200.259.568 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2019 en 25 februari 2020.
Liander heeft tegen het arrest van het hof van 25 februari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Schenkeveld heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Liander mede door T. van Tatenhove en S.H.J. Hogendoorn en voor Schenkeveld mede door M.R. het Lam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Liander heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Liander in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Schenkeveld begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Liander deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 juli 2021.