Conclusie
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
2e) prognoses 2020 in productie 68 en 69 dragen de gestelde inkomensdaling van de man en de mogelijkheid van dividenduitkering niet. De stelling van de man dat de holding vanaf 1 januari 2019 vanuit [A] geen dividend meer zal ontvangen, kan daardoor volgens de vrouw niet worden gevolgd, omdat uit voormelde prognose blijkt dat zowel in 2019 als in 2020 toch aan de aandeelhouders van [A] dividend zal worden uitgekeerd dan wel een lening van € 200.000,- waarschijnlijk in een dividenduitkering zal worden omgezet (
2c). Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof vragen gesteld over de dividenduitkeringen door [A], waarop de advocaat van de man geen bevredigend antwoord heeft kunnen geven (
2a, 2b). [7] Ook de in 2020 gedane opnames in rekening-courant van € 100.000,- zouden erop wijzen dat de man geen rekening houdt met een inkomensdaling (
2d), zodat de vrouw zich op het standpunt stelt dat het inkomen van de man niet zal dalen zoals voorspeld in de prognose. [8]
2f). [9] Ook uit de als productie 15 ingebrachte hypotheekberekening van de vrouw zou blijken dat het inkomen van de man onmogelijk is gedaald tot het gestelde niveau (
2j). [10]
2g) [11] , het instorten van de markt in het Verenigd Koningrijk (
2h), financiële stukken ten aanzien van [de werkmaatschappij] en het verband tussen het opzeggen van één klant en de volledige managementvergoeding van € 25.000,- (
2i) [12] . Hij heeft daardoor niet aan zijn bewijslast voldaan [13] en het hof heeft de stellingen van de vrouw niet kenbaar in de overwegingen betrokken, waaronder de brief van 11 januari 2019 (productie 43) en de brief van [B] (productie 42) waarop het hof het oordeel van de salarisverlaging in rov. 5.11 heeft gebaseerd (
2k).
subonderdelen 2, 3 en 4zien op het oordeel van het hof over het inkomen van de man als directeur-grootaandeelhouder en de mogelijkheid van dividenduitkeringen, en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
beoordelen of na 27 mei 2020 in de berekening van de draagkracht van de man rekening kan en moet worden gehouden met dividend als inkomenscomponent. Partijen hebben uitvoerig over het uitkeren van dividend, in het bijzonder de uitkeringstoets, gediscussieerd. In eerste aanleg en hoger beroep hebben partijen in dat verband in totaal zes rapporten van (partij)deskundigen in het geding gebracht. AI deze rapporten betreffen echter de periode en situatie vóór de Brexit en de coronacrisis: in de rapporten wordt nog gerekend op basis van de cijfers van eind 2017. Daarop kan het hof, mede gelet op voornoemde omvang van het geschil, de beoordeling dus niet (langer) gronden. (…)