ECLI:NL:HR:2007:BA5803
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met discussie over draagkrachtberekening
Na de echtscheiding van partijen werd door de rechtbank Rotterdam een bijdrage in partner- en kinderalimentatie vastgesteld, waarbij de man verplicht werd maandelijkse bedragen te betalen aan zijn ex-echtgenote en kinderen. De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
In cassatie betwistte de man met drie onderdelen de draagkrachtberekening van het hof, met name de toerekening van een brutojaarinkomen gebaseerd op de jaarwinst van zijn praktijkvennootschap, de redelijkheid van de behoefte van de vrouw gezien haar leeftijd en werktijden, en de interpretatie van de behoefteposten binnen de bijstandsnorm.
De Hoge Raad oordeelde dat de vaststelling van draagkracht aan de feitenrechter is voorbehouden en dat diens motivering niet streng getoetst wordt. Het hof had de stellingen van de man voldoende betrokken en gemotiveerd weerlegd. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de bekrachtiging van de alimentatieverplichtingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.