Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
In de tweede plaats keert het middel zich tegen het oordeel van het hof dat de bedreigingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de aangeefster in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen en dat zij zou kunnen worden verkracht.
- “beng beng” en
- “[slachtoffer] doe maar aangifte dan neuk ik jou in je kont en gooi ik je in de maas”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking,
Ik was dronken.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 28 juni 2018 verklaard – zakelijk weergegeven –:
Ik ben doodsbang voor [verdachte]. Ik zie dat hij [betrokkene 1] opstookt om deze dingen tegen en over mij te zeggen.
Op 6 juni 2018 geeft aangeefster aan bedreigd te worden door haar ex [verdachte] en de jongen die op de video's te zien is. Zij geeft aan dat deze jongen vermoedelijk [betrokkene 1] (het hof begrijpt gelet op de aangifte: [betrokkene 1]) heet.
Nadere bewijsoverwegingenDe verdediging heeft betoogd dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.
In de bewijsoverweging op de pagina's 4 en 5 van het arrest worden de volgende wijzigingen aangebracht:
3.Het tweede middel
Ambtshalve overweging met betrekking tot de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis