Conclusie
Nummer18/04075
Het cassatieberoep
De zaak
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte strafbaar is ter zake van hetgeen bewezen is verklaard, in het bijzonder wat de (verminderde) toerekeningsvatbaarheid van de verdachte betreft, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend en/of onbegrijpelijk is gemotiveerd.
NJ2019/77 had de verdachte een dodelijk verkeersongeval veroorzaakt. In het bloed van de verdachte werden sporen van amfetamine en THC gevonden. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof dat sprake was van “schuld” in de zin van art. 6 WVW Pro 1994 niet onbegrijpelijk. Daarbij nam hij in aanmerking dat het hof had vastgesteld dat verdachte de keuze om amfetamine te gebruiken volledig vrijwillig had gemaakt, dat hij wist dat dit een harddrug was en dus een middel was dat (op gevaarlijke wijze) van invloed kan zijn op de psyche en dat hij is overgegaan tot het gebruik daarvan, zonder zich van tevoren te verdiepen in de dosering en de (mogelijke) precieze effecten daarvan, waaronder ook de duur van die effecten. In cassatie werd niet opgekomen tegen het oordeel van het hof dat het rijgedrag van de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig was geweest, maar wel tegen het oordeel dat het ontstaan van het ongeval de verdachte kan worden toegerekend ondanks de vaststelling van gedragsdeskundigen dat de verdachte ontoerekeningsvatbaar was op het moment dat hij het ongeval veroorzaakte. Aangevoerd werd dat het voor de verdachte niet voorzienbaar was dat hij als gevolg van het gebruik van amfetamine de avond voor het ongeval in een psychose zou geraken en dat de invloed van zijn drugsgebruik op zijn geestesgesteldheid ook de dag na het gebruik nog aanwezig zou kunnen zijn. De Hoge Raad overwoog dat de opvatting dat een en ander slechts dan aan verdachte zou kunnen worden toegerekend als hij wist, dan wel moest weten, dat het gebruik van amfetamine een psychose zou kunnen veroorzaken en voorts ook het concrete gevolg daarvan - het plegen van de desbetreffende strafbare feiten - redelijkerwijs voorzienbaar was, geen steun vindt in het recht.
NJ2019/77, volgt dat de aan het middel ten grondslag gelegde opvatting geen steun vindt in het recht. Daarbij merk ik nog op dat als feit van algemene bekendheid mag worden beschouwd dat amfetamine de kans op psychische stoornissen, inclusief de kans op het ontstaan van een psychose, vergroot. Door het gebruik van amfetamine te combineren met alcohol wordt deze kans nog groter. [9]
tweede middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.