Conclusie
Nummer18/01343
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbehelst de klacht dat het onder 1 bewezen verklaarde niet naar de eis van de wet met redenen is omkleed, althans niet voldoende begrijpelijk is gemotiveerd, omdat de voor een bewezenverklaring van diefstal in vereniging vereiste nauwe en bewuste samenwerking zonder nadere toelichting niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Bewijsoverweging
stillsin het dossier niet duidelijk zijn en dat er te weinig expliciete kenmerken zichtbaar zijn op grond waarvan de verdachte met zekerheid zou kunnen worden herkend.
stillsdie zich van deze beelden in het dossier bevinden zijn van beduidend minder goede kwaliteit dan de beelden van de diefstal op 13 april 2015. De verbalisant [verbalisant 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de camerabeelden van 14 april 2015 niet heel scherp zijn en dat zijn herkenning op basis van de
stillsgeen 100% herkenning betreft. [2] De herkenningen door de verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 3] zijn gedaan op basis van dezelfde beelden. In zoverre snijdt het verweer hout. De herkenning door verbalisant [verbalisant 2] en de herkenningen door verbalisanten [verbalisant 4] [verbalisant 5] en [verbalisant 3] staan echter niet op zichzelf en dienen in onderling verband en samenhang te worden bezien met de dactyloscopische sporen die van de verdachte en zijn medeverdachte zijn aangetroffen op de auto die zich bij de gestolen motor in een afgesloten garage bevond. De verdachte heeft geen plausibele verklaring kunnen geven op de vraag hoe deze sporen anders op de betreffende auto terecht kunnen zijn gekomen dan bij gelegenheid van de diefstal van de motorfiets. Het hof verwijst naar de overweging met betrekking tot de dactyloscopische sporen in het bestreden vonnis, waarmee het hof zich verenigt. Het onder 2 ten laste gelegde is op grond van de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen dan ook bewezen.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof niet, althans onvoldoende (begrijpelijk gemotiveerd) heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de herkenningen die door een viertal verbalisanten op grond van onscherpe camerabeelden en/of stills zijn gedaan onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt en de verdachte wegens een gebrek aan bewijs moet worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.
derde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte geen plausibele verklaring heeft kunnen geven hoe zijn handpalmafdruk is terechtgekomen op de auto die zich ten tijde van de diefstal van de motor in dezelfde garage bevond, mede gelet op wat daarover door de verdediging bij pleidooi naar voren is gebracht, onbegrijpelijk, althans onvoldoende met redenen omkleed is.
vierde middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.