Conclusie
1.Inleidende opmerkingen
Ecuador. Verweersters in cassatie worden veelal gezamenlijk aangeduid als
Chevron. Waar specifiek verweerster sub 2 wordt bedoeld, wordt deze aangeduid als
TexPet.
denial of justicewegens fraude bij de totstandkoming van genoemde beslissing van de Ecuadoraanse rechter. Met de arbitrage wil Chevron onder meer bereiken dat de beslissing niet ten uitvoer kan worden gelegd. Het belangrijkste geschilpunt in cassatie betreft de vraag of een arbitraal vonnis in aanmerking komt voor vernietiging wegens strijd met de openbare orde als dat vonnis ertoe leidt dat derden worden belemmerd in hun recht een beslissing van de overheidsrechter binnen een redelijke termijn ten uitvoer te leggen.
het arrest uit 2014). [1] Het ging toen om een vordering tot vernietiging van een beslissing van een ander scheidsgerecht in een andere arbitrale procedure over een gerelateerde kwestie. De onderhavige zaak vormt niet de tweede ronde van de eerste arbitrage maar de eerste ronde van de tweede arbitrage.
het Scheidsgerecht), [2] die dateren uit 2012 en 2013. Hangende deze vernietigingsprocedure is de arbitrale procedure voortgezet. Op 30 augustus 2018 wees het Scheidsgerecht de Second Partial Award on Track II (hierna:
Second Partial Award), waarin de meeste geschilpunten finaal zijn beslist. [3] Het Scheidsgerecht heeft Chevron overwegend in het gelijk gesteld. Naar mag worden aangenomen zal Ecuador ook tegen dit laatste award een vordering tot vernietiging instellen, voor zover zij dat al niet heeft gedaan.
PCA). De UNCITRAL Arbitration Rules (versie 1976) zijn op de arbitrage van toepassing. [4]
het hof). Dan volgt een weergave van het procesverloop (hoofdstuk 3). Vervolgens geef ik een samenvatting van enkele onderdelen van de Second Partial Award [5] (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 volgt een beknopte beschouwing over de bredere discussie omtrent investeringsarbitrage en over de positie van de eisers in de procedure bij de Ecuadoraanse rechter. In hoofdstuk 6 baken ik de vernietigingsprocedure af en bespreek ik het belang van Ecuador bij haar beroep in cassatie. In hoofdstuk 7 sta ik stil bij de ontvankelijkheid van dat beroep voor zover het zich richt tegen voorlopige voorzieningen. In hoofdstuk 8 bespreek ik de in cassatie aangevoerde klachten. In hoofdstuk 9 volgt een samenvatting van die bespreking. Ik concludeer dat het beroep moet worden verworpen (hoofdstuk 10).
2.De vaststaande feiten
het Consortium) en waarin zij tot 1990 als ‘Operator’ fungeerde. [7] Op 16 augustus 1973 is een Concessieovereenkomst gesloten tussen het Consortium en Ecuador. [8] Het staatsbedrijf PetroEcuador had een meerderheidsbelang in het Consortium. Die laatste concessieovereenkomst liep tot 6 juni 1992. Nadien heeft PetroEcuador de oliewinning alleen voortgezet.
het BIT). [9]
de Aguinda-procedure) in de Oriente regio van Ecuador, als gevolg waarvan de eisers schade zouden hebben geleden. [10] Texaco voerde onder meer als verweer dat de procedure in Ecuador moest worden gevoerd. 1996 heeft dit New Yorkse gerecht zich onbevoegd verklaard. [11]
MOU) [12] ondertekend, waarvan het doel onder meer was:
1995 Settlement Agreement) [13] gesloten, waarbij TexPet heeft toegezegd bepaalde milieusaneringsmaatregelen uit te voeren en waarbij de twee andere partijen hebben verklaard dat zij:
1998 Final Release) [14] waarbij TexPet en de overige ‘Releasees’ voor altijd zijn bevrijd van en ontslagen uit alle aansprakelijkheid jegens Ecuador. Geconstateerd was dat TexPet had voldaan aan haar verplichting bepaalde herstelwerkzaamheden te verrichten.
Lago Agrio-procedureen
Lago Agrio-eisers). [15]
Commercial Cases Dispute). Het Scheidsgerecht heeft Chevron en TexPet in het gelijk gesteld. De vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak is in Nederland in drie instanties afgewezen. Het arrest uit 2014 is gewezen in die procedure.
het Lago Agrio-vonnis) veroordeeld tot betaling van US$ 8,6 miljard, welk bedrag (voorwaardelijk, namelijk als Chevron niet binnen vijftien dagen publiekelijk een spijtbetuiging deed) is vermeerderd met US$ 8,6 miljard aan
‘punitive damages’, alsmede met kosten gelijk aan 10% over het geheel ten behoeve van het Amazon Defense Front. [22] Deze uitspraak is door dat gerecht op 4 maart 2011 toegelicht in een Clarification Order. [23]
punitive damagesvernietigd, maar het arrest van de appelrechter en daarmee het Lago Agrio-vonnis voor het overige bekrachtigd. [26] Ik wijs er nog op dat op 27 juni 2018 het Ecuadoraans Constitutioneel Hof deze beslissing heeft bevestigd en Chevrons ‘
extraordinary action for protection’heeft afgewezen. [27]
First Interim Award) [28] onder meer geoordeeld dat Ecuador dient te nemen:
Second Interim Award) [29] heeft het Scheidsgerecht (wederom) geoordeeld:
“(whether by its judicial, legislative or executive branches)”. Daarmee is verduidelijkt dat niet alleen de uitvoerende macht maar alle organen van Ecuador, waaronder de rechterlijke macht, onder de opgelegde maatregelen vielen. [30] Een tweede verschil is dat “
measures at its disposal” is vervangen door
“measures necessary”. De voorlopige maatregelen uit de First Interim Award zijn in het Second Interim Award dus iets ruimer geformuleerd.
recht op toegang tot de rechter”. [31]
precautionary measures” ingediend bij de Inter-American Commission (voor de mensenrechten) om te verhinderen dat Ecuador zou voldoen aan de Interim Awards. [32] Deze Commission heeft de eisers gevraagd om onderliggend bewijs van de gestelde gevolgen voor hun gezondheid in verband met hun beschuldigingen. [33] Daarop hebben zij hun verzoek op 2 maart 2012 ingetrokken. [34]
Third Interim Award) [35] heeft het Scheidsgerecht zich uitgelaten over zijn bevoegdheid.
Fourth Interim Award) [37] heeft het Scheidsgerecht onder meer het volgende beslist:
First Partial Award) [38] heeft het Scheidsgerecht onder meer geoordeeld:
“indivisible entitlements that pertain to the community as a whole”. [39]
RICO Litigation), geoordeeld dat het Lago Agrio-vonnis door fraude tot stand was gekomen. [40] De beslissing van Judge Kaplan is op 8 augustus 2016 door het Court of Appeals of the Southern District van New York bekrachtigd. [41] Op 19 juni 2017 heeft het US Supreme Court een herzieningsverzoek (
‘petition of certiorari’) van Donziger c.s. afgewezen. [42]
3.Procesverloop
4.Vervolg arbitrale procedure; de Second Partial Award
Part VII Jurisdiction and Admissibilityvan de Second Partial Award heeft het Scheidsgerecht definitief bevoegdheid ten aanzien van Chevron aangenomen (7.1-7.182). [52] Het Scheidsgerecht heeft voor recht verklaard:
diffuse claimsen individuele claims wegens persoonlijke schade. Het begrip ‘
diffuse claims’ is tamelijk onhelder om niet te zeggen diffuus. Een approximatieve vertaling is ‘collectieve acties’. Uit de First Partial Award van 17 november 2013 en de Decision on Track IB van 12 maart 2015 blijkt dat het Scheidsgerecht enige tijd zoekende is geweest naar een afbakening van dit begrip, wat noodzakelijk was om te kunnen beoordelen of de vorderingen van de Lago Agrio-eisers mede betrekking hebben op individuele rechten.
vorderingenbetroffen ook individuele claims, maar de daarop gegeven
beslissingalleen
diffuse claims.In
Part Vonder het opschrift
‘H: The Lago Agrio Judgment - Diffuse Liability’overweegt het Scheidsgerecht:
‘Clarification Order’van 4 maart 2011 bij het Lago Agrio-vonnis:
“[T]he complaint has been signed by 42 citizens, the plaintiffs, who have not requested personal compensation for any harm, but rather have demanded the protection of a collective right.” (5.123). En: “
it was clearly established in the Judgment that we are facing a situation of damage to public health and not to individualised claims for injuries of diseases” [58] (5.125).
Order clarifying in the Appellate Judgmentvan 13 januari 2012 (5.127), het arrest van het Ecuadoraans Hooggerechtshof van 12 november 2013 (5.128) en het oordeel van het Ecuadoraans Constitutioneel Hof van 27 juni 2018 (5.129). Tot slot wijst het Scheidsgerecht op de verklaring van Ecuador “
that the Lago Agrio Court did not award health-related damages based on any past or existing personal injury to any specific person or persons” [59] (5.132).
diffuse claims. Het Scheidsgerecht overweegt onder meer:
in consideration for being released and discharged of all its legal and contractual obligations and liability for Evironmental Impact arising out of the Consortium’s operations.” (3.18)
“… the right to live in an environment that is free from contamination. It is the duty of the State to ensure that this right is not negatively affected and to foster the preservation of nature …”.”
diffuse claims. Nu het Lago Agrio-vonnis daarover gaat druist het in tegen die kwijting (zie ook hierna, onder e).
“geen grondslag vindt in de feitelijke vaststellingen van het hof.”Dat is juist. Ter informatie van Uw Raad vat ik niettemin de belangrijkste bevindingen van het Scheidsgerecht samen.
‘ The Tribunal’s Conclusions’geoordeeld dat rechter Zambrano tegen toezegging van een vergoeding [62] het Lago Agrio-vonnis en de toelichting daarop niet (volledig) zelf heeft geschreven, maar gebruik heeft gemaakt van ‘ghostwriters’, waaronder de vertegenwoordigers van de Lago Agrio-eisers, de Ecuadoraans advocaat P. Fajardo en de Amerikaanse advocaat S. Donziger (5.226-5.232). Het Scheidsgerecht overweegt onder meer (5.230):
court orders’voor rechter Zambrano opgesteld, aldus het Scheidsgerecht. Ook heeft hij meegeholpen aan het opstellen van het Lago Agrio-vonnis. Dit alles achtte het Scheidsgerecht voor zijn oordeel evenwel niet van belang of al te zijn begrepen onder het
‘ghostwriting’-verwijt. Het zelfde geldt voor een door de Lago Agrio-rechtbank benoemde deskundige R. Cabrera. Deze heeft een deskundigenrapport ingediend dat zijn naam draagt maar naar later is gebleken grotendeels is opgesteld door een Amerikaanse consultantfirma (5.242-5.247). [63]
15 September 2009:Mr Fajardo sends an email to […] and Donziger, referring to Judge Zambrano and Dr Guerra as the “puppet” and “puppeteer,” respectively: ‘
I think everything is quiet … The puppeteer is pulling the string and the puppet is returning the package … By now it’s pretty safe that there won’t be anything to worry about … The puppet will finish off the entire matter tomorrow … I hope they don’t fail me….’”
27 October 2009:In his email to Mr Donziger dated 27 October 2009, Mr Fajardo (again) refers to Dr Guerra as the “puppeteer”, Judge Zambrano as the “puppet” and the Lago Agrio plaintiffs’ representatives as “the audience” when he sends to Messrs Donziger and […] an email message with the subject “News.” The email states: “
The puppeteer won’t move his puppet until the audience doesn’t pay him something …”
ghostwriting-verwijt’ zijn ontkracht. [65] Het oordeel van het Scheidsgerecht in de Second Partial Award strookt niet helemaal met die laatste stelling:
Part VIII The Merits of the Claimants Claims and the Respondent’s Defencesoordeelt het Scheidsgerecht, voor zover hier van belang, ten gronde over de schendingen door Ecuador van haar verplichtingen uit hoofde van het BIT.
Each Party shall observe any obligation it may have entered into with regard to investments”) [66] als op de 1995 Settlement Agreement. Genoemd vonnis is toe te rekenen aan Ecuador omdat het Lago Agrio Court een orgaan van die staat is:
denial of justice’vast, [68] die een schending oplevert zowel van de verplichting om investeerders een eerlijke en billijke behandeling te geven als bedoeld in art. II lid 3 onder a BIT (
“Investment shall at all times be accorded fair and equitable treatment, shall enjoy full protection and security and shall in no case be accorded treatment less than that required by international law”) [69] als van het internationaal gewoonterecht. De
denial of justiceomvat enerzijds de door het Scheidsgerecht geconstateerde fraude in de Lago Agrio-procedure en anderzijds het nalaten van de verschillende rechterlijke instanties in Ecuador (appelrechter, Ecuadoraans Hooggerechtshof en Constitutioneel Hof) om adequaat te reageren op de fraudebeschuldigingen van Chevron. [70]
Part IXheeft het Scheidsgerecht andermaal benadrukt dat het niet rechtstreeks in de rechten van de Lago Agrio eisers ingrijpt (9.5 e.v.).
remedies:
Bosnia Genocide Case(2007), [72] Article 16 of the ILC Articles reflects a rule of customary international law.
Avena I, to the effect that reparation for an internationally wrongful act varies, depending upon the concrete circumstances surrounding each case and the precise nature and scope of the injury under international law.
Avena Ibetween the “process” of the Lago Agrio Litigation leading to the enforceability of the Lago Agrio Judgment and the “correctness” of the Lago Agrio Judgment, as decided by the Lago Agrio Appellate, Cassation and Constitutional Courts.
indirectwel de rechten van de Lago Agrio-eisers raken heeft twee redenen. Het begrip ‘
diffuse claims’legt de verbinding tussen het eerste spoor van de arbitrage (niet-nakoming van de gegeven kwijting) en de positie van de Lago Agrio-eisers. Daarnaast leggen de vaststelling van fraude en het nalaten in te gaan op de fraudebeschuldigingen de verbinding tussen het tweede spoor van de arbitrage (
denial of justice) en de positie van de Lago Agrio-eisers. Hen wordt de mogelijkheid ontnomen om het Lago Agrio-vonnis ten uitvoer te leggen als Ecuador aan de opgelegde voorzieningen voldoet.
“is and shall remain subject to modification (including its extension or termination)” [73] en genomen is
“strictly without prejudice to the merits of the Parties’ substantive and other procedural disputes, including the Respondent’s objections as to jurisdiction, admissibility and merits”. [74]
diffuse claims.
diffuse claimsen niet op individuele claims.
diffuse claimsin het Lago Agrio-vonnis is in strijd met de aan TexPet en Chevron gegeven algehele kwijting en (ii) de frauduleuze wijze van totstandkoming van dat vonnis en het uitblijven van een reactie op de fraudebeschuldigingen van Chevron vormen een
denial of justice.
5.Investeringsarbitrage en de Lago Agrio-zaak in breder perspectief
The Hague Rulesgewerkt aan een regeling voor
Business and Human Rights Arbitration. Op 22 november 2018 werd een door een expertgroep opgesteld
Elements Paperter consultatie gepubliceerd. [84] Daarnaast wijs ik erop dat de modeltekst voor door Nederland af te sluiten investeringsakkoorden recent ingrijpend is herzien. Doel is nu een duurzaam investeringsbeleid. Daarmee is ‘de gouden standaard’, die de uitdrukking vormde van een investeerdersvriendelijk en op export gericht beleid, vaarwel gezegd. Deze ontwikkelingen laten zien dat wordt gestreefd naar een ander evenwicht tussen investeringsbescherming en andere belangen. [85]
waiverook nog gold voor de Lago Agrio Litigation – de eisers zijn grotendeels dezelfde personen – dan maakt dit het betoog van Ecuador dat de inheemse bevolking van het Amazonegebied wordt gedwongen langere tijd in een vervuilde omgeving te leven doordat de tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis door arbiters ‘wordt getorpedeerd’, [88] beslist minder overtuigend.
litigation strategyerop was gericht zo veel mogelijk geld van Chevron binnen te krijgen. Veelzeggend is in dat verband de reactie van de Amerikaanse lead counsel Donziger op een hem toegezonden bericht uit een Ecuadoraanse krant met als titel ‘
State Assumes Environmental Clean Up’. Wat klonk als een hoopvol bericht voor de Lago Agrio-eisers wilde hij zo snel mogelijk de kop in gedrukt hebben. Het Scheidsgerecht overweegt (en citeert): [89]
22 June 2009:In response to a newspaper article entitled “
State Assumes Environmental
say that the State finally assumed its duty and is going to clean up what it ought to.” By email headed “
Worrisome”, Mr Donziger responds to (…): “
You have to go to [President] Correa to put an end to this shit once and for all.” Whilst the Ecuadorian Government’s initiative (if such it was) could have benefited the affected local communities, PetroEcuador’s remediation activities were seen by Mr Donziger and his colleagues (…) as an unwelcome threat to their strategy in the Lago Agrio Litigation. The
Funders, Lawyers and Advisors’ten goede komen en dus afgaan van het geld om het getroffen gebied schoon te maken. Het Scheidsgerecht overweegt naar aanleiding daarvan: [90]
6.Het geschil in cassatie; belang bij het cassatieberoep
eerste redenvoor vernietiging is aangedragen dat een overeenkomst tot arbitrage ontbreekt (vernietigingsgrond a). Naar haar aard betreft deze vernietigingsgrond alle aangevochten awards. Deze grond is in cassatie niet langer aan de orde.
Als tweede redenvoor vernietiging is aangevoerd dat de diverse awards in strijd met de openbare orde zijn (vernietigingsgrond e). Daarnaast wordt op een enkel punt gesteld dat arbiters zich niet aan hun opdracht hebben gehouden (vernietigingsgrond c). Dit standpunt wordt in vier onderdelen nader uitgewerkt.
Onderdeel 1draagt als opschrift:
“Arbiters breken op onaanvaardbare wijze in in het rechterlijk proces en dicteren ten onrechte de Ecuadoriaanse rechters en andere buitenlandse rechters”en wordt als volgt gesubstantieerd:
Onderdeel 2draagt als opschrift:
“De Arbiters hebben de Ecuadoriaanse onderdanen het fundamentele recht op leven in een niet-verontreinigd milieu ontnomen”en wordt als volgt nader uitgewerkt:
Onderdeel 3heeft als opschrift: “
Arbiters beslissen ten onrechte over de rechten van de LagoAgrio-eisers
zonder dat deze in Arbitrage zijn betrokken en zonder dat deze zijn gehoord.”In de nadere uitwerking van dit onderdeel stelt Ecuador:
diffuse claims.
Onderdeel 4heeft als opschrift
“Arbiters hebben de toepasselijke UNCITRAL Rules geschonden”. Dit onderdeel heeft uitsluitend betrekking op de Fourth Interim Award. De daarin opgenomen verklaring dat Ecuador de First Interim Award en de Second Interim Award heeft geschonden, is volgens Ecuador naar zijn aard geen voorlopige voorziening en kan niet op grond van art. 26 UNCITRAL Pro Arbitration Rules (1976) worden uitgesproken in een interim award, zodat het Scheidsgerecht met dit oordeel zijn opdracht heeft geschonden (inleidende dagvaarding onder 109). De rechtbank heeft deze stelling in rov. 4.40 van haar vonnis verworpen. Tegen dat oordeel is Ecuador in hoger beroep niet opgekomen.
“Het Scheidsgerecht heeft geen bevoegdheid over de vorderingen van Chevron en TexPet”. Die stelling wordt uitvoerig uitgewerkt. Zoals opgemerkt, speelt deze vernietigingsgrond in cassatie niet langer een rol.
“De voorlopige maatregelen zijn schokkend en zonder precedent”. Onder 145 stelt Ecuador vervolgens dat de vernietiging van de vier Interim Awards en de First Partial Award wordt gevorderd en dat toegelicht zal worden dat (a) deze vonnissen afzonderlijk en gezamenlijk naar hun inhoud in strijd zijn met de openbare orde en (b) dat het Scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden. De daaropvolgende 36 pagina’s bevatten evenwel een betoog dat uitsluitend op de voorlopige maatregelen – en daarmee op het First en Second Interim Award en eventueel de Fourth Interim Award – betrekking heeft en niet op het Third Interim Award en de First Partial Award. Hetzelfde geldt voor de vervolgens geformuleerde grieven.
eerste onderdeelheeft als opschrift:
“Het Scheidsgerecht heeft Ecuador ten onrechte bevolen om in te grijpen in een procedure tussen twee private partijen”. Het onderdeel vormt de opmaat naar de grieven V-VIII. In de nadere uitwerking stelt Ecuador onder meer:
Het tweede onderdeeldraagt als opschrift:
“Het Scheidsgerecht beslist ten onrechte over de rechten van de Lago Agrio Eisers hoewel zij geen partij zijn bij de Arbitrage en geen recht hebben om te worden gehoord”. Het onderdeel vormt de inleiding op de grieven X-XIII (memorie van grieven onder 304-317) en XIX (memorie van grieven onder 343-345). In de nadere uitwerking stelt Ecuador onder meer:
Het derde onderdeelvormt de inleiding op grief IX (memorie van grieven onder 301-303) en draagt het opschrift:
“De Interim Awards waren niet noodzakelijk”. Ecuador stelt daarin dat de voorlopige maatregelen overbodig en daarom in strijd met de openbare orde zijn, nu niet voldaan is aan de in art. 26 lid 1 UNCITRAL Pro Arbitration Rules (1976) gestelde eis dat sprake is van een dreiging van onherstelbare schade en deze schade onmiddellijk dreigt in te treden (memorie van grieven onder 209-214). [94] Dit is opnieuw een verwijt dat alleen betrekking heeft op de First en Second Interim Award (en mogelijk ook de Fourth Interim Award).
Het vierde onderdeeldraagt het opschrift:
“Het Scheidsgerecht is tekort geschoten in zijn verplichting de Interim Awards te motiveren”. Ecuador stelt daarin dat het Scheidsgerecht in strijd met de Nederlandse fundamentele beginselen van een goede procesorde heeft nagelaten de Interim Awards te motiveren, ofwel heeft volstaan met algemene frasen zonder feitelijke analyse. Zij verwijst in dit verband uitsluitend naar passages in de First Interim Award en Second Interim Award (memorie van grieven onder 215-223). Het verwijt lijkt dan ook alleen op die beide arbitrale vonnissen betrekking te hebben. Aan het slot stelt zij weliswaar dat zelfs in de Third Interim Award het oordeel op allerlei punten wordt aangehouden, maar daaraan verbindt zij – terecht – niet de conclusie dat deze beslissing onvoldoende is gemotiveerd. In grief XXI wordt ineens wel het standpunt ingenomen dat het verwijt geldt voor alle arbitrale vonnissen waarvan de vernietiging wordt verzocht (memorie van grieven onder 354). Die stelling mist ten aanzien van de Third Interim Award en de First Partial Award iedere uitwerking. [95]
het vijfde onderdeelstelt Ecuador dat de fraudebeschuldigingen van Chevron en TexPet niet relevant zijn voor de procedure. De uitwerking van die stelling heeft niet tot doel de arbitrale vonnissen aan te tasten, maar te onderbouwen dat het Scheidsgerecht de fraudebeschuldigingen niet heeft laten meewegen in zijn beslissing. Het vormt de inleiding op de tegen het andersluidende oordeel van de rechtbank gerichte grieven XIV-XIX (memorie van grieven onder 318-345). Zoals we hiervoor zagen heeft het hof in rov. 13.2 geoordeeld dat die grieven slagen, maar niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank kunnen leiden.
Onderdeel 1is gericht tegen rov. 5.2 en 11.2 van het bestreden arrest en de daarin vooropgestelde terughoudende beoordelingsmaatstaf bij het onderzoek of een arbitraal vonnis in strijd is met de openbare orde.
Onderdeel 2keert zich tegen het oordeel dat de door het Scheidsgerecht getroffen voorlopige voorzieningen niet wegens strijd met de openbare orde ter zijde moeten worden gesteld. Daarbij gaat het alleen nog om de stelling dat het recht van de Lago Agrio-eisers op toegang tot de rechter, dat mede inhoudt het recht om een eenmaal verkregen rechterlijke uitspraak binnen een redelijke termijn ten uitvoer te kunnen leggen, wordt geschonden. Niet langer aan de orde zijn de stellingen dat de arbitrale beslissingen strijdig zijn met de openbare orde omdat inbreuk wordt gemaakt op (i) de scheiding der machten, (ii) de onafhankelijkheid van de rechtspraak, (iii) de soevereiniteit van Ecuador, (iv) het recht van andere staten te beslissen over de tenuitvoerlegging van een buitenlandse uitspraak, (v) het grondwettelijke recht op een leven in een niet-verontreinigd milieu en (vi) het recht van de Lago Agrio-eisers te worden gehoord en zich te verdedigen voorafgaand aan een uitspraak die hun rechten raakt. Het onderdeel bevat rechts- en motiveringsklachten.
onderdeel 3klaagt Ecuador dat het hof in het geheel niet over het beroep op art. 1065 lid Pro 1, aanhef en onder c Rv (oud) – het scheidsgerecht heeft zich niet aan de opdracht gehouden – heeft geoordeeld.
Onderdeel 4keert zich tegen de verwerping door het hof van de stelling van Chevron dat de arbitrale vonnissen met de openbare orde strijden, omdat zij onvoldoende zijn gemotiveerd.
Onderdeel 5betreft de uitleg van een van de grieven, die het hof niet zou hebben beoordeeld. Het betreft een grief over de bevoegdheid van het Scheidsgerecht.
Beschlussvan het Bundesgerichtshof uit 2013 in de investeringsarbitrage tussen Achmea en Slowakije. In die zaak stelde het betrokken scheidsgerecht een final award vast op het moment dat een vernietigingsprocedure tegen een eerder partial award inzake jurisdictie bij het Bundesgerichtshof aanhangig was. Het Bundesgerichtshof oordeelde, kort gezegd, dat door het meeromvattende final award, waarin het scheidsgerecht ook zijn jurisdictie nogmaals had bevestigd, de vernietigingsactie tegen het partial award obsoleet was geworden zodat Slowakije geen belang meer had bij rechtsbescherming tegen het partial award. [96] Er zijn parallellen maar ook verschillen met onze zaak. Zo is het hier minder eenduidig dat de Second Partial Award alle beslissingen dekt die zijn vervat in de vijf awards die hier zijn aangevochten. Ik zou daarom niet willen betogen dat de Second Partial Award het belang bij de onderhavige vernietigingsprocedure zonder meer heeft weggenomen.
Third Interim Award. Zij heeft in cassatie geen klachten aangevoerd tegen het oordeel dat het Scheidsgerecht bevoegd is. Deze beslissing heeft ook geen gevolgen voor de Lago Agrio-eisers. Of de rechten van de Lago Agrio-eisers worden geraakt, hangt af van de beslissingen die bij de
uitoefeningvan deze bevoegdheid worden genomen. Als de in cassatie aangevoerde gronden voor vernietiging – schending van de openbare orde en het treden buiten de opdracht – en de in dat verband door Ecuador betrokken stellingen al op de
Third Interim Awardzien, kunnen zij mede daarom niet tot de vernietiging van deze arbitrale beslissing leiden.
First Partial Awardheeft zij daarbij evenmin belang. De stellingen die strekken tot onderbouwing van de gevorderde vernietiging van dat award zijn in eerste aanleg verworpen in enkele overwegingen, waartegen in hoger beroep niet is gegriefd.
Third Interim Awarden de
First Partial Awardmede de stelling ten grondslag ligt dat deze beslissingen met de openbare orde strijden omdat zij niet of onvoldoende zijn gemotiveerd, heeft Ecuador deze stelling niet van enige onderbouwing voorzien.
de First Interim Award,
de Second Interim Award(en mogelijk ook de daarmee onlosmakelijk verbonden
Fourth Interim Award), omdat in die awards, en niet in de
Third Interim Awardof de
First Partial Award, bevelen in de vorm van voorlopige maatregelen zijn gegeven.
Third Interim Awarden de
First Partial Award, wegens gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Voor zover het cassatieberoep is gericht tegen de beslissingen tot oplegging van voorlopige voorzieningen in de andere awards kan de vraag worden gesteld of de vordering tot vernietiging ontvankelijk is. Daarover gaat het volgende hoofdstuk.
7.Ontvankelijkheid van de vordering tot vernietiging
voorlopige maatregelenzijn opgelegd, naar haar aard open staat voor vernietiging.
zelfop dat voorlopig oordeel kan terugkomen.
IMS/Modsaf Iheeft A-G Bakels gewezen op een mogelijke parallel met art. 399 Rv Pro. Ingevolge die bepaling staat beroep in cassatie niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend. [101] Het gaat daarbij onder meer om beslissingen waarvan de rechter in de loop van het geding kan terugkomen. Dit geldt ook voor tussenvonnissen waarin een voorlopig oordeel is vervat dat voort moet duren tot het eindvonnis. A-G Bakels merkte op: [102]
Tegen een voorlopige voorziening getroffen hangende een arbitraal geding ten gronde als bedoeld in art. 1043b lid 1 staat ingevolge art. 1064a lid 3 (tussentijds) geen actie tot vernietiging open, dit ook niet als een gedeeltelijk eindvonnis wordt gewezen en de voorlopige voorziening moet voortduren tot het eindvonnis. Nu de voorlopige voorziening ex art. 1043b wel vatbaar is voor executie, komt het onbevredigend voor dat daartegen niet in alle gevallen een actie tot vernietiging openstaat (…). De wetgever bepleit dat voorlopige voorzieningen die hangende een arbitraal geding ten gronde worden getroffen, zouden kunnen voortduren volgend op het eindvonnis in het geding. Alsdan zal tegen de voorlopige voorziening toch tegelijk met het eindvonnis een actie tot vernietiging (moeten) kunnen worden ingesteld.”
wanneereen actie tot vernietiging kan worden ingesteld, welke vraag pas aan de orde komt als vaststaat dàt een dergelijke actie überhaupt mogelijk is. Een alledaags voorbeeld kan zijn een arbitraal geding over schending van een concurrentiebeding, waarin bij tussenvonnis bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verweerder het leveren van goederen aan een bepaalde afnemer moet staken en gestaakt houden tot ten gronde is beslist. Een dergelijke voorziening dient, zou ik menen, vatbaar te zijn voor vernietiging (zij het tegelijkertijd met een actie tegen het eindvonnis). De voorlopige voorziening bindt namelijk de verweerder en de naleving ervan kan worden afgedwongen. De tegenhanger dient dan te zijn dat een dergelijke beslissing niet van vernietiging is uitgesloten. Ook al kunnen arbiters de gegeven voorlopige voorziening tussentijds herzien, bijvoorbeeld als zich een wijziging in de omstandigheden voordoet, het zou onbevredigend zijn als vernietiging ten principale niet zou open staan.
“is and shall remain subject to modification (including its extension or termination)”. [105] Het heeft daar in de Second Interim Award aan toegevoegd dat de genomen beslissing is
“strictly without prejudice to the merits of the Parties’ substantive and other procedural disputes, including the Respondent’s objections as to jurisdiction, admissibility and merits”. [106] Beide awards houden dus niet een onherroepelijke beslissing in.
niettijdelijk van aard zijn, nu zij (uitgaande van datum van de
procedural orders) al sinds januari 2011 van kracht zijn en de einduitspraak nog jaren op zich zal laten wachten. [107] Formeel is die stelling onjuist: dat de voorzieningen voor langere tijd gelden, ontneemt daaraan niet het voorlopige of tijdelijke karakter. Toch kan ik voor Ecuadors standpunt enig begrip opbrengen. Wanneer onzekerheid bestaat over het moment waarop een voorlopige voorziening haar werking verliest en die voorziening al die tijd van kracht is, kan een punt worden bereikt waarop men zich kan afvragen hoe voorlopig ‘voorlopig’ is. Ik wijs verder op het volgende.
Provisional measures are “final” in the sense that they dispose of a request for relief pending the conclusion of the arbitration.
8.Bespreking van het cassatiemiddel
“dat de mogelijkheid van aantasting van arbitrale beslissingen beperkt is en dat de rechter daarbij terughoudendheid dient te betrachten, in het bijzonder wanneer het gaat om de vraag of het vonnis in strijd is met de openbare orde”, respectievelijk
“dat bij de beoordeling of de arbitrale vonnissen strijdig zijn met de openbare orde terughoudendheid moet worden betracht”en
“vernietiging op deze grondslag(…)
alleen[is]
geboden wanneer de vonnissen in strijd zijn met dwingend recht van een zo fundamenteel karakter dat de naleving ervan niet door beperkingen van procesrechtelijke aard mag worden verhinderd”. Ecuador klaagt dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, voor zover is miskend dat de arbitrale vonnissen ten volle aan de Nederlandse openbare orde dienen te worden getoetst. Weliswaar kunnen slechts een beperkt aantal regels en normen worden aangemerkt als zijnde van openbare orde, maar dat betekent niet dat de rechter bij de toets aan de openbare orde terughoudendheid moet betrachten.
naar haar aard eveneens met terughoudendheid moeten worden toegepast.” [110] Ecuador lijkt dàt te onderkennen, maar suggereert dat het Scheidsgerecht een recht heeft geschonden dat even fundamenteel is als het recht van hoor en wederhoor. Zij laat echter na van die stelling een onderbouwing te geven zodat daaraan voorbij gegaan kan worden.
subonderdelen a tot en met gnader uitgewerkt. Op zichzelf lenen die subonderdelen zich voor een gezamenlijke bespreking. Om zeker te zijn dat elk subonderdeel de aandacht krijgt die het verdient zal ik de subonderdelen toch apart bespreken. Ik maak eerst enkele algemene opmerkingen.
the State in question”, dat wil zeggen de staat waarin vernietiging wordt gevorderd of tenuitvoerlegging wordt verzocht. [113]
de wijze van totstandkoming(procedureel) of
de inhoud(materieel) van het arbitrale vonnis strijdt met de openbare orde. In de onderhavige procedure gaat het in cassatie (alleen nog) om de vraag of de door het Scheidsgerecht vastgestelde voorlopige voorzieningen inbreuk maken op, of Ecuador ertoe dwingen inbreuk te maken op, het recht van de Lago Agrio-eisers op tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis binnen een redelijke termijn. Het betreft hier dus niet de wijze van totstandkoming van de arbitrale vonnissen, maar de inhoud van die arbitrale vonnissen.
uitoefeningvan die bevoegdheid heeft gegeven. [114] Met zijn oordeel heeft het Scheidsgerecht niet de rechten bepaald van de Lago Agio-eisers. De
‘prayer for relief’zoals die destijds luidde is ook zo ruim geformuleerd dat het Scheidsgerecht zeer goed over onderdelen daarvan kon oordelen zonder dat de rechten van de Lago Agrio-eisers daardoor worden getroffen. [115] Daarom strandt ook het beroep van Ecuador op het zgn.
‘Monetary Gold’-beginsel [116] dat – kort gezegd – inhoudt dat, ook al kan bevoegdheid worden aangenomen, die bevoegdheid niet moet worden uitgeoefend als het onderwerp van de beslissing de rechten bepaalt van een staat die geen partij is bij de procedure.
rechtstreeksworden aangetast. [117]
indiendie door Ecuador wordt nageleefd, tot gevolg heeft dat derden die geen partij zijn bij het arbitraal geding, tijdelijk worden belemmerd in de uitoefening van rechten die zij ontlenen aan een beslissing van de overheidsrechter. De vraag is: kan dat? Of ontstaat daardoor strijd met de openbare orde?
‘Guide on Article 6 of the European Convention on Human Rights’ [122] merkt daarover onder andere op:
denial of justice,waarvoor Ecuador aansprakelijk kan worden gehouden. Tenuitvoerlegging van het Lago Agrio-vonnis zou voor Chevron onomkeerbare gevolgen hebben. Voorlopige maatregelen waren daarom nodig. Het Scheidsgerecht kon niet zelf de schorsing van de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis uitspreken. De enige manier daartoe was een bevel aan Ecuador, die immers partij bij de arbitrage is.
Yukos-zaak. [128] In het Unierecht wordt in deze context wel het adagium
Fraus omnia corrumpit(‘bedrog bederft alles’; ‘
fraud vitiates everything’) toegepast om aan een frauduleuze handeling of beslissing rechtskracht te onthouden. De regels van de rechtsstaat, zoals die over erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen, kunnen niet worden ingeroepen door een partij die voordeel wil behalen uit een handeling of beslissing die in strijd met beginselen van de rechtsstaat tot stand is gekomen. [129]
de factoniet binnen een redelijke termijn ten uitvoer kunnen leggen. De arbitrale uitspraken zijn daarom in strijd met de openbare orde. Het hof heeft dit miskend, dan wel zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd nu zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet te begrijpen valt dat
geensprake is van strijd met de openbare orde.
.stelt Ecuador dat het hof niet voldoende heeft gereageerd op de stelling (i) dat de bevoegdheid van het Scheidsgerecht om over de aansprakelijkheid van Ecuador te oordelen, niet met zich brengt dat het de bevoegdheid heeft maatregelen te treffen die erop zijn gericht te voorkomen dat iemand die geen partij is bij de arbitrage een rechterlijk vonnis ten uitvoer legt [133] en (ii) dat het in strijd is met de openbare orde dat aan Ecuador een verplichting wordt opgelegd die niet valt te implementeren zonder dat zij fundamentele rechten van haar burgers schendt. [134]
“for any costs or losses which [Ecuador] may suffer in performing its legal obligations under this Second Interim Award”. Het ligt voor de hand dat deze voorziening ook met het oog op de belangen van de Lago Agrio-eisers is getroffen. Als Ecuador bij de uitvoering van de voorlopige voorzieningen rekening houdt met de belangen van de Lago Agrio-eisers, kan hun mogelijke schade, schade voor Ecuador worden. [135]
“not a matter for this Tribunal”zijn, volgt veeleer het tegendeel, zo meent Ecuador. Het hof had partijen in de gelegenheid moeten stellen zich hierover uit te laten. Zij stelt verder dat de hier beoogde overweging zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk is, omdat niet valt in te zien hoe kan worden bewerkstelligd dat de Lago Agrio-eisers hun rechten voorlopig niet geldend kunnen maken en tegelijkertijd rekening kan worden gehouden met hun rechten en belangen.
“[i]
f there were an inconsistency between the Respondent’s obligations under the BIT and the Lago Agrio plaintiffs’ rights as determined by the Courts in Ecuador, it would be for the Respondent to decide how to resolve that inconsistency.”Onder 4.70 is verder overwogen dat
“[i]
f it should transpire that the Respondent has, by concluding the Release Agreement, taken a step which had the legal effect of depriving the Lago Agrio plaintiffs of rights under Ecuadorian Law that they might otherwise have enjoyed, that would be a matter between them and the Respondent”. [137] Uit deze overwegingen heeft het hof kunnen afleiden dat het Scheidsgerecht van Ecuador verwacht dat zij ook bij de uitvoering van de voorlopige maatregelen rekening houdt met de rechten en belangen van de Lago Agrio-eisers en een manier zoekt om haar mogelijk tegenstrijdige verplichtingen zoveel mogelijk te verenigen. Dat het Scheidsgerecht in het vervolg onder 4.70 overweegt dat hier geen taak voor hem ligt, doet daaraan niet af. Chevron en TexPet hebben hierop in feitelijke aanleg ook herhaaldelijk gewezen [138] en Ecuador heeft dit kennelijk ook zo begrepen, waar zij in haar memorie van grieven onder 317 stelt dat het oordeel van het Scheidsgerecht, dat het maar aan haar is om de inconsistentie tussen de beslissingen van het Scheidsgerecht en de (fundamentele) rechten van de Lago Agrio-eisers op te lossen, onaanvaardbaar is. Gelet op dit alles was het dan ook niet nodig partijen de gelegenheid te bieden zich nader uit te laten.
“under the 1994, 1995, 1996 and 1998 investment agreements Claimants have no liability or responsibility for environmental impact”en dat
“Ecuador or PetroEcuador is exclusively liable for any judgment that may be issued in the Lago Agrio Arbitration”) beoogt de rechtsverhouding tussen Chevron en de Lago Agrio-eisers te laten vaststellen. Wat betreft de voorlopige maatregelen wordt op die plaats niet meer gesteld dan dat er geen reden is de tenuitvoerlegging te schorsen als de vordering ten gronde niet beoogt deze rechtsverhouding vast te stellen. [141] De vindplaatsen waar Ecuador naar verwijst voor haar stelling dat ook het verzoek om voorlopige voorzieningen beoogt de rechtsverhouding tussen Chevron en de Lago Agrio-eisers te doen laten vaststellen, betreffen niet deze grief. Dat standpunt is in deze grief ook niet ingenomen. Er was dan ook geen reden voor het hof om daarop in de bestreden overweging nader in te gaan. Reeds daarom kan de klacht niet slagen.
“you are in effect asking us to help you prevent another party to the litigation in Ecuador who is not present here enforce that judgment”verduidelijkt dat het doel is te voorkomen dat de arbitrale procedure door onomkeerbare gevolgen wordt doorkruist. [142] Ook de door Ecuador geciteerde overweging onder 80 van de Fourth Interim Award, dat
“the status accorded by the Respondent to the Lago Agrio Judgment led directly to what the Tribunal was expressly seeking to preclude(…)
, namely the attempted enforcement and execution of the Lago Agrio Judgment against[Chevron]
by[de Lago Agrio eisers]
”, [143] moet in dat licht worden gelezen.
pièce de résistancevan het cassatiemiddel vormt, in zijn geheel faalt.
“Door de voorlopige maatregelen worden niet rechtstreeks de rechten van de Lago Agrio-eisers aangetast.”) en rov. 12.7 (
“Het standpunt van Ecuador dat de arbitrage in wezen de vaststelling van de rechtsverhouding tussen de Lago Agrio-eisers en Chevron betreft, wordt verworpen”). Het enige dat ontbreekt is de slotsom dat ook het beroep op de in art. 1065 lid Pro 1, aanhef en onder c, Rv genoemde vernietigingsgrond niet slaagt. Dat is op zichzelf evenwel geen grond voor vernietiging en verwijzing. De bekrachtiging met verbetering van gronden (rov. 15) kan als dit sluitstuk worden beschouwd.
nietwordt bestreden
‘De 1995 Settlement Agreement is geen investeringsovereenkomst’en betrof het oordeel van de rechtbank in rov. 4.20 dat deze overeenkomst onderdeel uitmaakt van een “
investment agreement” als bedoeld in meergenoemd artikel van het BIT. In rov. 9.6 heeft het hof overwogen dat de grieven II en IV niet verder worden beoordeeld, zonder daarbij tevens expliciet grief III te noemen. Daartegen richt zich de klacht in het onderdeel, dat is ingesteld voor zover het hof
nietheeft bedoeld Grief III van zijn oordeel omtrent de Grieven II en IV uit te zonderen.
tot en metIV – en derhalve ook grief III – niet verder worden beoordeeld. Aangezien ook grief III de nog niet beantwoorde bevoegdheidsvraag betrof, ligt het voor de hand dat dit oordeel ook op deze grief betrekking heeft. Het hof is ook niet tot een verdere beoordeling van deze grief gekomen. Nu het onderdeel is ingesteld voor zover het hof
nietheeft bedoeld Grief III van zijn oordeel omtrent de Grieven II en IV uit te zonderen maar het hof als gezegd heeft bedoeld dat
welte overwegen, mist het onderdeel feitelijke grondslag.
9.Samenvatting van de beoordeling van het cassatieberoep
Onderdeel 1vecht de toetsingsmaatstaf aan om te beoordelen of een arbitrale beslissing in strijd is met de openbare orde. Het hof heeft geoordeeld dat daarbij terughoudendheid moet worden betracht en daarbij vaste rechtspraak van de Hoge Raad toegepast. Het onderdeel nodigt niet uit tot het aanvullen of verduidelijken van die rechtspraak.
Onderdeel 2betreft de kern van het geschil: de door het Scheidsgerecht vastgestelde voorlopige maatregelen zouden de rechten van de eisers in een nationale procedure bij de Ecuadoraans rechter direct aantasten, omdat Ecuador wordt bevolen er voor te zorgen dat het Lago Agrio-vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd. Daarmee zou het Scheidsgerecht de rechtsverhouding tussen genoemde eisers en Chevron hebben vastgelegd. Hoewel juist is dat een arbitraal vonnis in strijd kan komen met de openbare orde wanneer het tot gevolg heeft dat derden de toegang tot de overheidsrechter wordt ontzegd (waarbij onder toegang mede is te begrijpen de executie van een vonnis), doet die situatie zich hier niet voor. Het Scheidsgerecht heeft niet geoordeeld over de individuele rechten van de eisers in de betrokken procedure bij de Ecuadoraanse rechter. Het gegeven bevel strekt ertoe dat de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis voor de duur van de arbitrageprocedure wordt geschorst. Onderdeel 2 bevat verder motiveringsklachten, die geen doel treffen.
onderdelen 3 tot en met 5bevatten klachten die betrekking hebben op de uitleg van stellingen in de gedingstukken (onderdeel 3) of van passages in het bestreden arrest (onderdeel 5), dan wel op de door het hof gegeven beoordeling van de motivering van de First en Second Interim Award (onderdeel 4). Ook die klachten kunnen niet tot cassatie leiden.