Uitspraak
1.Het geding
ECLI:NL:HR:2018:221 van de Hoge Raad van 16 februari 2018.
2.Het tweede geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
- ii) Aan Yukos Oil zijn over de jaren 2000 en 2001 door een Russische belastingautoriteit certificaten afgegeven met de strekking dat Yukos Oil geen belastingschulden had en aan haar fiscale verplichtingen had voldaan.
- iii) Het
- iv) Het naheffingsbesluit is in de verschillende daaropvolgende juridische procedures grotendeels in stand gebleven. Na het invorderbaar worden van het naheffingsbesluit heeft het Ministerie verschillende beslagen ten laste van Yukos Oil gelegd. Op 14 juli 2004 zijn ten laste van Yukos Oil aandelen OAO Yuganskneftegaz (hierna: YNG) inbeslaggenomen. Binnen het Yukos-concern werd YNG als een belangrijk productiebedrijf beschouwd.
- v) In 2004 heeft het Ministerie Yukos Oil belastingaanslagen (met rente en boetes) opgelegd over
- vi) In 2005 heeft de Britse
- vii) Mede op initiatief van Rosneft is een insolventieprocedure aangevangen. Het Ministerie heeft zich in de insolventieprocedure als schuldeiser aangemeld met een vordering van ongeveer RUB 353,8 miljard.
- viii) Yukos Oil is bij uitspraak van de Moskow City Arbitrazh Court van 1 augustus 2006 in staat van faillissement verklaard met benoeming van [betrokkene 5] tot curator.
- ix) Bij uitspraak van 12 november 2007 heeft de genoemde Arbitrazh Court de insolventieprocedure beëindigd. [betrokkene 5] heeft de beëindiging van het faillissement op 21 november 2007 doen inschrijven in een daartoe bestemd register. Met die inschrijving is Yukos Oil naar het recht van de Russische Federatie opgehouden te bestaan.
- x) Yukos Oil hield tijdens haar bestaan alle aandelen in Yukos Finance, een vennootschap naar Nederlands recht.
- xi) [verweerder 1] en [verweerder 2] traden vanaf medio november 2005 op als bestuurders van Yukos Finance.
- xii) Bij aandeelhoudersbesluit van 11 augustus 2006 heeft een Nederlandse advocaat, handelend in opdracht van [betrokkene 5] en daarmee als (beweerdelijk) vertegenwoordiger van de enig aandeelhoudster Yukos Oil, [verweerder 1] en [verweerder 2] met onmiddellijke ingang als bestuurders van Yukos Finance ontslagen.
- xiii) Namens Yukos Oil heeft [betrokkene 5] bij aandeelhoudersbesluiten van 14 en 30 augustus 2006 [betrokkene 6] en
- xiv) [betrokkene 5] heeft vervolgens namens Yukos Oil bij aandeelhoudersbesluit van 10 september 2007 [betrokkene 1] en
Conclusie - strijd met de openbare orde
4.Beoordeling van het middel
révision au fond). Dit brengt mee dat ook een rechterlijke beslissing die binnen de Nederlandse rechtsorde als onjuist wordt aangemerkt, kan worden erkend. Zoals hiervoor in 4.1.3 is overwogen, is dat anders indien erkenning, gelet op de totstandkoming of inhoud van de desbetreffende beslissing, in strijd komt met beginselen en waarden die in de Nederlandse rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt. De rechter die bij de beoordeling of van zodanige strijd sprake is, de totstandkoming en de inhoud van de buitenlandse beslissing betrekt, verricht geen
révision au fond.
de openbare-orde-exceptie heeft toegepast (onder meer in de rov. 4.6, 4.10-4.11, 4.23, 4.50-4.51, 4.64-4.71 en 4.73 van het eindarrest).
effective remedy. (rov. 4.23.1)
it is clear to the Court that the applicant company used all the remedies that it could reasonably be expected to use in connection with this part of the application’ (nr. 641) en ‘
the Court finds that the applicant company has complied with the requirement to exhaust domestic remedies in respect of this part of the application and dismisses the Government's preliminary objection accordingly’ (nr. 644). (rov. 4.23.2)
effective remedyzou zijn, ziet het hof niet in. Aangenomen dat er dan een beslissing genomen zou zijn nadat die aandeelhouders hun visie hadden kunnen geven, zou de faillissementsrechter bij zijn beslissing over de voorliggende vraag of Yukos Oil failliet verklaard diende te worden immers nog steeds gebonden zijn geweest aan de reeds door de fiscale rechters genomen en in kracht van gewijsde gegane beslissingen en de op grond daarvan vaststaande belastingschulden. Ook zouden de schuldeisers Yukos Oil nog steeds hebben willen laten failleren en geen gebruik hebben willen maken van de andere mogelijkheden die het Russische recht biedt (zoals de acceptatie van de voorstellen van het bestuur van Yukos Oil). Aan de omstandigheid dat de rechtsmiddelen niet volledig zijn uitgeput komt in deze bijzondere situatie dan ook geen relevante betekenis toe. (4.23.4)
effective remedy. Het oordeel dat Yukos Oil geen
effective remedymeer ter beschikking stond, is niet onbegrijpelijk in het licht van de omstandigheden die het hof in zijn beoordeling heeft betrokken (zie hiervoor in 4.3.2).
fait accompli, ongeacht of zij hebben bijgedragen aan het faillissement, aldus het onderdeel.
(Vgl. HvJEU 28 maart 2000, C-7/98, ECLI:EU:C:2000:164 (Krombach/Bamberski), nr. 45 en HR 20 maart 1970, ECLI:NL:HR:1970:AD7909, waaruit volgt dat de rechter die zich moet buigen over de erkenning van een buitenlands vonnis, in zijn oordeel ook omstandigheden mag betrekken die verband houden met een andere procedure die aan dat vonnis vooraf is gegaan.)
faits accomplisgerespecteerd worden. De verplichting tot het terugdraaien van feitelijke en juridische beslissingen en handelingen kan zozeer in strijd zijn met de rechtszekerheid en het bij derden bestaande vertrouwen dat zij in de omstandigheden van het specifieke geval niet aanvaardbaar is. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval echter niet gebleken. (rov. 4.69-4.70)
Institute of Chartered Accountants of England and Wales(ICAEW) voor vrijwillige veilingen in onder meer Engeland en Wales, en niet voor executieverkopen in de Russische Federatie.
best practices. Tegen dat deel hebben Promneftstroy c.s. geen concreet bezwaar aangevoerd. (rov. 4.44.5)
best practicesonder II.A tot en met II.H, ontbreekt immers. In het bijzonder hebben Promneftstroy c.s. niet geduid welke van de genoemde
best practicesin het onderhavige geval niet zouden gelden. Uit rov. 4.43 blijkt dat het hof daarbij niet heeft miskend dat de veiling van YNG een executieveiling was.
5.Beslissing
18 januari 2019.