Conclusie
1.Feiten en procesverloop
17-421) heeft UWV de Bewindvoerder gedagvaard voor de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, en een verklaring voor recht gevorderd dat de door UWV in de schuldsaneringsregelingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ingediende loonvordering ex artikel 66 lid 1 Werkloosheidswet Pro (WW) ad € 18.711,57 en de vordering ter zake van pensioenpremie ex artikel 66 lid 2 WW Pro ad € 1.373,38 als
boedelvorderingen(ex artikel 40 Fw Pro [6] ) dienen te worden aangemerkt. [7]
17-318) een conclusie van eis tot verificatie, tevens incidentele conclusie tot voeging ingediend bij dezelfde rechtbank, waarin UWV vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de door UWV in de schuldsaneringsregelingen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ingediende loonvordering ex artikel 66 lid 1 WW Pro ad € 23.178,36 (preferent ex artikel 3:288 sub e BW Pro) en de vordering ex artikel 66 lid 3 WW Pro ter zake van het werkgeversdeel premie sociale verzekeringen ad € 4.265,69 dienen te worden erkend als
preferente vorderingen.
2.Bespreking van de prejudiciële vragen
ten name der vennootschap te handelen, gelden uit te geven en te ontvangen, en de vennootschap aan derden, en derden aan de vennootschap te verbinden” (art. 17 lid 1 WvK Pro).
In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”
in alle hunnen goederenvoor de daden en verbindtenissen der maatschap aansprakelijk zijn. (...)
onder eene firmazijn alle de vennooten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk en zij kunnen zelfs bij lijfsdwang worden vervolgd. (...)
in den persoonen
in de goederenvan een of meer aan hem bekende lieden, en dat derhalve die derde, vóór dat hij die handeling sluit, naar mate van het vertrouwen, dat de vennooten hem inboezemen, in staat is zich te beraden, of hij al dan niet de verbindtenis wil aangaan.
zakenof
goederengeene overeenkomsten kunnen aangaan of het onderwerp eener handeling uitmaken, zoo dezelve niet steeds door een
persoonworden vertegenwoordigd.” [15]
naeen verkregen veroordeling van de vof zelf,
in executione, in beeld komen, maar dat
VDV Totaalbouwoverwoog uw Raad met betrekking tot de betekenis van artikel 18 WvK Pro:
nadateen vennoot is toegetreden, ziet de hoofdelijke verbondenheid van de toetredende vennoot dan ook mede op verbintenissen van de vennootschap die reeds
voorzijn toetreding zijn ontstaan, aldus het arrest. [31]
VDV Totaalbouw [33] uitgebreid aandacht besteed aan de positie van de vof. In dit arrest was de vraag aan de orde of het faillissement van een vof steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft. Uw Raad oordeelde – anders dan voorheen – dat dit niet het geval is. Ten aanzien van de positie van de vof oordeelde uw Raad:
isen als zodanig net als andere rechtssubjecten zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Zou dit wel het geval zijn, dan is er volgens hen niet langer reden aan een afgescheiden vermogen rechtspersoonlijkheid te onthouden. Subject van rechtsbetrekkingen zijn degenen aan wie het objectieve recht persoonlijkheid toekent. Alleen natuurlijke personen en rechtspersonen bezitten persoonlijkheid. Wel is het zo dat een afgescheiden vermogen in een aantal opzichten met een rechtssubject wordt gelijkgesteld. Het door de Hoge Raad genoemde artikel 51 Rv Pro en artikel 4 lid 3 Fw Pro zijn hiervan goede voorbeelden. Deze (beperkte) gelijkstelling verklaart ook waarom een vof als zodanig failliet kan worden verklaard (rov. 3.4.2), aldus de annotatoren. [35] Ook Krieckaert en Bas Kortmann komen tot soortgelijke conclusies. [36]
VDV Totaalbouween rubicon overgestoken door te spreken van een ‘rechtssubject’. De rechtssubjectiviteit van de personenvennootschap is daarmee misschien niet buiten enkele twijfel gesteld, maar er is op zijn minst een krachtig signaal in die richting afgegeven, zo betoogt hij. De Hoge Raad spreekt over een rechtssubject dat ‘zelfstandig’ aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Los van de concrete bewoordingen, is de uitkomst van het arrest, en van latere arresten, beter te verklaren wanneer de vennootschap, in plaats van de vennoten, als drager van de rechtsverhouding in kwestie wordt gezien. In meer recente jurisprudentie [38] zou de Hoge Raad inderdaad de richting zijn opgegaan van wat hij noemt het ‘vennootschapsperspectief’, d.w.z het centraal staan van het samenwerkingsverband en niet van de leden van het verband (het zgn. vennotenperspectief). [39] Het lijkt hem dat veel gewonnen zou zijn als de Hoge Raad, in navolging van Paul Scholten en vele anderen, de eigen rechtspersoonlijkheid van de personenvennootschap zou erkennen. Zijns inziens behoeft een uitdrukkelijke uitspraak van de wetgever daarvoor niet te worden afgewacht. De erkenning van de rechtssubjectiviteit van de vennootschap past volgens Blanco Fernández bij de rechtsvormende taak van de Hoge Raad. [40]
nietvan rechtswege de algemene regels voor de rechtspersoon van Boek 2 toepasselijk maken. Rechtspraak en doctrine kunnen volgens Raaijmakers rechtspersoonlijkheid erkennen. Hij meent dat bij determinatie en analyse van haar kenmerken en eigenschappen de vof reeds thans als zelfstandige rechtsdrager (rechtspersoon) geclassificeerd kan worden. Zij behoort dan tot de overkoepelende klasse van privaatrechtelijke rechtspersonen, echter zonder toepasselijkheid van de algemene Boek 2 BW-regels en ook zonder de institutionele lading die dat begrip in het Boek 2-stelsel heeft gekregen. [41]
VDV Totaalbouwoverwoog het hof Arnhem-Leeuwarden in 2015 met betrekking tot een commanditaire vennootschap dat deze weliswaar geen rechtspersoon is, maar wel een van de commanditaire vennoten afgescheiden vermogen heeft en zelfstandig als drager van rechten en verplichtingen aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Dat was voor het hof reden voor toepassing van het leerstuk van afgeleide schade van het rechtspersonenrecht. [42]
Amlex-arrest. [44] Het ging in deze zaak om de vraag wie
partijis bij een overeenkomst gesloten tussen een vof en een derde, als na het sluiten van deze overeenkomst bij de vof een vennotenwissel plaatsvindt. Het hof oordeelde:
Bastion de Leede) was namens een cv opdracht gegeven aan een advocaat om de cv juridisch bij te staan. Uw Raad besliste o.m. dat, gelet op de nauw betrokken belangen van de commanditaire vennoten, de advocaat als advocaat van de cv mede acht diende te slaan op de belangen van de commanditaire vennoten en een tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met de cv in beginsel tevens een onrechtmatige daad oplevert jegens de participanten. [48] Annotator Blanco Fernández ziet hierin een impliciete uitsluiting van contractuele binding jegens de commandieten en een aanvaarding van het vennootschapsperspectief, waarmee het arrest een nieuwe stap zou zijn naar de erkenning van de eigen rechtssubjectiviteit van de personenvennootschap. [49]
geen rechtspersoonlijkheidheeft. Het merendeel van de schrijvers lijkt zich achter deze rechtspraak te scharen. [50]
zekere mate van zelfstandigheidtoekomt.
personenassociatie. De rechtsvorm van de vof neemt daarmee een plaats in die ligt ergens tussen een contractuele relatie aangegaan door individuen die elk een bedrijf uitoefenen en de geïntegreerde ondernemingsstructuur zoals wij die kennen binnen het kader van de kapitaalvennootschap, aldus Meijers. [55]
rechtsbevoegd, een
rechtssubjectdan wel een
rechtspersoon, althans door uw Raad aldus zou moeten worden gekwalificeerd.
rechtsbevoegdevof: de vof is geen rechtspersoon maar heeft wel een zekere identiteit. Daartoe wordt het begrip ‘wisselvertegenwoordiging’ geïntroduceerd. Dit berust erop dat men ‘de vennootschap’ in artikel 17 lid 1 WvK Pro kan opvatten als ‘de vennoten van tijd tot tijd, als zodanig’. Het handelen in naam van de vennoten van tijd tot tijd is ‘wisselvertegenwoordiging’. Dit bindt niet degenen die vennoot zijn tijdens de handeling, maar de groep, waarvan de samenstelling van tijd tot tijd kan wijzigen. De vof kan aldus zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen, als drager van eigen rechten en verplichtingen. De toepasselijkheid van wisselvertegenwoordiging bij de vof kan volgens Stokkermans zonder wetswijziging worden erkend. Hij ziet in het
Amlex-arrest van het Amsterdamse hof (waarover hiervoor onder 2.26) een stilzwijgende aanvaarding van de hier bedoelde leer. [56]
rechtssubjectis. Zij is méér is dan de optelsom van de individuele vennoten alleen; zij geldt rechtens als een zekere eenheid. De erkenning van een afgescheiden vermogen en de daarbij behorende verhaalspreferentie van de vennootschapscrediteuren, de mogelijkheid van faillietverklaring en de zelfstandige procespositie laten zich volgens hem uitsluitend verklaren wanneer aangenomen wordt dat de vennootschap meer is dan een obligatoire verhouding tussen de vennoten. De personenvennootschap is daarmee volgens Tervoort – hoewel geen rechtspersoon – gepersonifieerd en losgemaakt van de aan haar ten grondslag liggende overeenkomst. Daaruit volgt dat de personenvennootschap als een zelfstandige rechtsdrager of afzonderlijk rechtssubject kan worden aangemerkt. Daarmee bedoelt hij dat de vennootschap, als partij bij voor haar bindende rechtsverhoudingen, bestaat uit de collectiviteit van de gezamenlijke vennoten, optredend in hun vennootschappelijk verband en zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. [57]
rechtspersoonlijkheidheeft. Zoals hiervoor (onder 2.24) al aan de orde kwam, betoogt Raaijmakers (onder verwijzing naar andere auteurs) dat de openbare vennootschap rechtens is aan te merken als zelfstandige drager van rechten en plichten, en dat zij als zodanig rechts
subjecten daarmee – naar zijn oordeel – rechts
persoonis. [61] Raaijmakers ziet niet in welk probleem de Hoge Raad wil oplossen, welk gevaar hij het hoofd wil bieden en welke inhoud hij het begrip rechtspersoonlijkheid wil toekennen als hij uitdrukkelijk overweegt dat de vof geen rechtspersoonlijkheid geniet, maar daar in een adem aan toevoegt dat zij wel als ‘afzonderlijk rechtssubject’ zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Enig gevaar dat de aanduiding ‘rechtspersoon’ de algemene bepalingen van Boek 2 BW toepasselijk maakt is er volgens hem niet. Als dat gevaar voor de Hoge Raad reden mocht zijn de aanduiding ‘rechtspersoon’ te vermijden, dan zou hij zelf met zoveel woorden kunnen verduidelijken dat erkenning van de openbare vennootschap als rechtspersoon haar niet tot ‘Boek 2-rechtspersoon’ maakt en de algemene bepalingen en regelingen van Boek 2 BW op haar niet van toepassing zijn, aldus Raaijmakers. [62]
Carlande-arrest, is volgens het voorstel de vennoot slechts verbonden voor verbintenissen van de vennootschap die zijn ontstaan na zijn toetreden (art. 809 lid Pro 3).
gezamenlijk partijzijn, en wel in hun
hoedanigheidvan vennoot. [68]
gezamenlijkevennoten als zodanig als
werkgever. [69]
prejudiciële vraag I– “
Indien een vof een arbeidsovereenkomst met een werknemer sluit, gelden dan de vennoten van die vof van rechtswege en in alle gevallen, ieder afzonderlijk, als werkgever?” –, op deze wijze geformuleerd [71] , ontkennend moet worden beantwoord.
prejudiciële vraag IIveronderstelt een bevestigende beantwoording van vraag I en behoeft daarom geen bespreking.
gezamenlijkpartij c.q. werkgever zijn. Het gezamenlijk partij-zijn van de vennoten bij een overeenkomst ‘met de vof’ is een geval bij uitstek als bedoeld in artikel 6:6 lid 1 BW Pro, zodat dit leidt tot verbondenheid voor gelijke delen, tenzij uit de wet, gewoonte of rechtshandeling anders voortvloeit. Anders dan ten aanzien van de leden van een maatschap het geval is (zie art. 7A:1680 BW: verbondenheid voor gelijke delen), vloeit voor de vennoten van de vof uit de wet voort dat zij
hoofdelijkverbonden zijn (art. 18 WvK Pro). [72]
nakomingvoor het geheel (art. 6:7 lid 1 BW Pro). Dit betekent dat de vennoten niet alleen ‘(verhaals)aansprakelijk’ zijn, maar daadwerkelijk ieder ‘zelf verbonden’ zijn tot al hetgeen waartoe ‘de vof’ gehouden is. [73] Het gaat bij verbondenheid uit hoofde van artikel 18 WvK Pro derhalve om gebondenheid van (uitsluitend) de vennoten
naast elkaar. [74]
dragervan de contractuele verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst met de (niet bestaande) vof worden aangewezen. Het lijkt dan verdedigbaar dat die gebondenheid betrekking heeft op de vordering op de vof/werkgever met al haar eigenschappen en hoedanigheden, zoals preferentie en status. [77]
verhaalworden gezocht op de vermogens van de afzonderlijke vennoten (art. 3:276 BW Pro). Deze omvatten primair het ‘gewone’ privévermogen.
Daarnaast(zie ook het arrest
VDV Totaalbouw, rov. 3.4.1, 3e alinea, aangehaald hiervoor onder 2.23) heeft de werknemer/UWV dan ook nog verhaal op het vermogen dat de vennoten hebben afgescheiden voor de bedrijfsvoering in vof-verband (en wel met voorrang boven de privéschuldeisers). [78]
afgescheiden vermogenvan de vof tot vertrekpunt genomen en aangegrepen als basis voor (i) het bestaan van twee samenlopende vorderingen van de vennootschapscrediteur op ieder der vennoten, elk met een eigen verhaalsobject, en (ii) (hoofdelijke) verbondenheid van de vennoten
naastverbondenheid van de vof zelf, waarbij bovendien (iii) de verbondenheid van de vennoten een zeker subsidiair karakter lijkt te worden toegekend. [79]
gezamenlijke vennoten, welke vordering verhaalbaar is op het vermogen van de v.o.f., en een vorderingsrecht tegen de
vennoot persoonlijk, welke vordering verhaalbaar is op het vermogen van deze vennoot.” [80]
wat betekentdat die verbintenissen
ookop hen persoonlijk rusten. De schuldeisers van de vof kunnen daarom hun vorderingen op het privévermogen van de vennoten verhalen. Daarnaast kunnen de schuldeisers van de vof zich met voorrang boven de privéschuldeisers van de vennoten op het afgescheiden vermogen van de vof verhalen.” [81]
ontoereikendis om aan alle verbintenissen van de vennootschap te voldoen, door hun een verhaalsmogelijkheid te geven op het vermogen van de (...) vennoten zelf.” [82]
naastverbondenheid van de vof zelf, al of niet met de toevoeging dat deze laatste verbondenheid (van de vennoten naast de vof) op haar beurt eveneens een hoofdelijke is. [83]
bijvoorbeeld de vof’, ook de andere hoofdelijk verbonden partij bevrijdt. Zie ik het goed, dan wordt deze (hoofdelijke) verbondenheid van de vof en de vennoten naast elkaar gebaseerd op de rechtspraak van uw Raad volgens welke de vennootschapscrediteur beschikt over twee samenlopende vorderingsrechten jegens ieder der vennoten, een tegen de gezamenlijke vennoten/de vof en een tegen de vennoot persoonlijk (waarover hiervoor onder 2.13). [84]
daarnaast(ii) de plichten uit de overeenkomst
ookop de vennoten in privé rusten, waarbij dit gezien wordt als een gevolg van artikel 18 WvK Pro. [85]
naastde vof een hoofdelijk karakter heeft, zij het dat daarvoor niet in alle opzichten de regels van hoofdelijkheid gelden; de aansprakelijkheid van de vennoten naast de vof zou een afhankelijk karakter dragen, net als de borgstelling. [86]
niethoofdelijk aansprakelijk zijn, zodat hoogstens plaats is voor analoge toepassing van hoofdelijke aansprakelijkheid. [87]
zelfstandige vorderingvan de vennootschapscrediteur op de
gezamenlijke vennoten(
naasteen vordering op de afzonderlijke vennoten
persoonlijk) impliceert mijns inziens dat de gebondenheid van de vennoten van tweeërlei
aardis geworden. Enerzijds zijn zij gebonden in hun hoedanigheid van (gezamenlijk)
contractanten anderzijds als voor het geheel
aansprakelijkemedeschuldenaar.
prejudiciële vraag IIIontkennend beantwoord moet worden.
prejudiciële vraag Vis dus ontkennend.