ECLI:NL:HR:2013:BY7840
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid van maten in advocatenmaatschap bij beroepsfouten
Deze zaak betreft de persoonlijke aansprakelijkheid van de maten van een advocatenmaatschap voor beroepsfouten die zijn gemaakt door een van de maten, [verweerder 1].
[Eiseres] vordert schadevergoeding wegens beroepsfouten die zijn gemaakt in de periode 1994-2004. De rechtbank en het hof hadden de vorderingen afgewezen, onder meer wegens verjaring en omdat niet de juiste partijen waren gedagvaard. Het hof oordeelde dat de dagvaarding niet was gericht aan de maatschap of de juiste maten, en verwierp de persoonlijke aansprakelijkheid van de maten op grond van de maatschapsregels en art. 7:404 BW Pro.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat de maten persoonlijk aansprakelijk zijn voor gelijke delen of hoofdelijk, afhankelijk van de toepasselijke wetsartikelen. De Hoge Raad benadrukt dat vorderingen tegen de maatschap ook tegen de gezamenlijke maten kunnen worden ingesteld, en dat niet alle maten noodzakelijkerwijs in de dagvaarding hoeven te worden genoemd, mits de rechter niet-gedagvaarde maten kan betrekken. Ook oordeelt de Hoge Raad dat art. 7:404 BW Pro persoonlijke aansprakelijkheid van een maat kan inhouden indien de opdracht met het oog op die persoon is gegeven, ongeacht dat de werkzaamheden via een praktijkvennootschap worden verricht.
De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de persoonlijke aansprakelijkheid van de maten nader moet worden onderzocht. De Hoge Raad veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling met de bevestiging van persoonlijke aansprakelijkheid van de maten.