Conclusie
eerste namens de verdachte voorgestelde middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde onvoldoende met redenen is omkleed. Het
tweede namens de verdachte voorgestelde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de verdachte geen redelijke verklaring heeft kunnen geven die de redengevendheid van de vastgestelde feiten en omstandigheden voor het bewijs ontzenuwt en dat sprake is van omstandigheden die de verdachte in hoge mate belasten, zodat het aan hem is om met een aannemelijke verklaring te komen waaruit een andere toedracht naar voren komt. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
derde namens de verdachte voorgestelde middelbevat de klacht dat het hof de verzoeken tot het uitvoeren van een nieuwe reconstructie ten onrechte heeft afgewezen, althans dat de afwijzingen onbegrijpelijk zijn, dan wel ontoereikend gemotiveerd.
namens de benadeelde partij [betrokkene 1] voorgestelde middelbehelst de klacht dat het hof de benadeelde partij [betrokkene 1] in haar vordering tot vergoeding van immateriële schade van € 10.000,- op ontoereikende gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.