Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:632

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2016
Publicatiedatum
13 april 2016
Zaaknummer
15/03004
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in poging doodslag met messteek

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag door het toebrengen van een messteek in de borststreek van het slachtoffer.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op motiveringsklachten over de verwerping van het noodweer(exces)-verweer, de opgelegde Tbs-maatregel die afweek van het advies van gedragsdeskundigen, en de afwijzing van een verzoek tot nader persoonlijkheids- en gedragskundig onderzoek.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen waren die het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienden. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 12 april 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest inzake poging tot doodslag en Tbs-maatregel blijft in stand.

Uitspraak

12 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/03004
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 februari 2015, nummer 21/005194-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 april 2016.