ECLI:NL:HR:2013:882

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2013
Publicatiedatum
8 oktober 2013
Zaaknummer
11/01805
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 440 SvArt. 81, eerste lid, RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 24 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest medeplegen wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring

De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van een gewelddadige afpersing waarbij het slachtoffer werd gedwongen tot afgifte van een personenauto. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en feiten omtrent geweld en bedreiging.

De verdediging stelde cassatieberoep in tegen het arrest, waarbij de advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor het onderdeel medeplegen en de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte daadwerkelijk samen met anderen het slachtoffer had gedwongen tot afgifte van de auto.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor dat onderdeel en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel medeplegen en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

8 oktober 2013
'Strafkamer
nr. 11/01805
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 maart 2011, nummer 22/001397-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel klaagt onder meer dat het Hof de bewezenverklaring ten aanzien van het "medeplegen" van feit 2 ontoereikend heeft gemotiveerd.
2.2.1.
Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:
"zij in de periode van 1 juli 2009 tot en met 2 juli 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van
- een personenauto (merk Audi, type A3), toebehorende aan [betrokkene 1],
welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:
- [slachtoffer] stompen op het gezicht en schoppen tegen het lichaam en
- [slachtoffer] een vuurwapen op/tegen het hoofd zetten en voorhouden en tonen en
- [slachtoffer] tegen een muur drukken en een mes voorhouden en daarbij de woorden toevoegen: "Ik ga je steken" en "Je moet niet fokken met mij", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en
- [slachtoffer] een mes voorhouden en tonen en daarbij de woorden toevoegen: "Je moet goed luisteren"."
2.2.2.
De bewezenverklaring van onder meer dit feit steunt op de bewijsmiddelen zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.5.
2.3.
Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met anderen" [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een auto, niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
2.4.
Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.
2.5.
Het middel kan voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2013.