Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de betrokkene uit het bewezen verklaarde handelen en uit andere strafbare feiten financieel voordeel heeft genoten, terwijl dat bewezen verklaarde handelen onder meer het (medeplegen van) gewoontewitwassen inhoudt.
BESLISSING
het medeplegen van opzetheling;
het medeplegen van aanwezig hebben van een hennepkwekerij;
het medeplegen van feitelijk leidinggeven aan een VOF, welke VOF gewoontewitwassen pleegde;
het medeplegen van gewoontewitwassen van een bedrag van € 267.254,48;
aanwezig hebben van 8,5 kilo amfetamine
wordt hiermee verworpen. Ten aanzien van de € 46.605.63 merkt de rechtbank op dat het niet gaat om de kosten voor de inrichting van de hennepkwekerij. Deze kosten zijn niet in de kasopstelling meegerekend. Het gaat om de aanschafwaarde van de aangetroffen hennep. Nu bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening wordt gehouden met de verkoop van oogsten uit de kwekerij van de veroordeelden, neemt de rechtbank de aanschafwaarde van de hennep in haar berekening mee. Ook het verweer dat er legale inkomsten waren wordt op basis van voorgaande overwegingen verworpen. De kasopstelling is immers mede op basis van de boekhouding van de veroordeelden opgesteld.
van 1 januari 2006 tot en met 4 december 2013 (…) een aantal geldbedragen, zijnde telkens contante geldbedragen tot een totaal geldbedrag van 267.254,48 euro (bestaande uit contante uitgaven en stortingen betreffende de uitgavenposten zoals deze aan de kasopstelling op pagina 4084 van het proces-verbaal financieel onderzoek ten grondslag zijn gelegd (…)[heeft]
verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet.”
Het enkele feit dat in de eenvoudige kasopstelling dergelijke uitgaven in aanmerking zijn genomen, brengt evenwel niet met zich dat de uitkomst van de kasopstelling bij toepassing van art. 36e, tweede lid, Sr geheel als wederrechtelijk verkregen voordeel uit uitsluitend dat (gewoonte)witwassen kan worden aangemerkt.”
dat is gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen en andere strafbare feiten financieel voordeel heeft genoten.”
tweede middelbehelst een klacht over de onbegrijpelijke, althans ontoereikend gemotiveerde verwerping van een verweer over het beginsaldo aan contant geld in de kasopstelling, dat door het hof (ten onrechte) op nihil zou zijn gezet.
Een en ander treft ook het verweer ten aanzien van het op nihil gestelde beginsaldo en het verweer dat [medebetrokkene] eigen (legaal verkregen) vermogen heeft ingebracht.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, een verbeurd verklaard geldbedrag van € 9.870,00 niet in mindering heeft gebracht op de verplichting tot betaling aan de staat.
3. Het proces-verbaal‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling’opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden werkzaam als financieel rechercheur te Nijmegen, genummerd (dossierpagina 4073 e.v.), met als bijlagen 1 en 2 een overzicht van ontvangsten en uitgaven met draaitabel en een overzicht Grootboek 2006 - 2013 [A] .
Toelichting
Witwassen
Voor het beslag:
Wordt in zo een geval tevens de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd, dan dient, in verband met het reparatoire karakter van die maatregel, de waarde van het onder de betrokkene inbeslaggenomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde voorwerp in mindering te worden gebracht op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting.” [35]