Conclusie
eerste middelbehelst, mede in het licht van de toelichting daarop, de klacht dat de verwerping door het hof van het in hoger beroep gevoerde verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering wegens overschrijding van de redelijke termijn en verjaring onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
tweede middelbehelst de klacht dat de verwerping door het hof van het verweer, inhoudende dat de verklaringen van een aantal getuigen niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd omdat de verdediging deze getuigen niet heeft kunnen ondervragen, onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof ten aanzien van de periode waarin voordeel zou zijn genoten onbegrijpelijk is dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
vierde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof ten aanzien van het volume van transacties waarop acht is geslagen bij de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbegrijpelijk is dan wel steunt op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen.
vijfde middelklaagt over de schatting van het percentage voordeel dat per transactie zou zijn genoten.
zesde middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof, inhoudende dat de kosten voor het in stand houden van videotheek [A] niet worden afgetrokken van het wederrechtelijk verkregen voordeel, onjuist dan wel onbegrijpelijk is.
zevende middelbehelst ook een klacht over het niet voor aftrek in aanmerking nemen van bepaalde kosten, terwijl het
achtste middelklaagt over de mate van toerekening van het voordeel aan de betrokkene. Nu het zesde middel slaagt en de bestreden uitspraak reeds om die reden niet in stand kan blijven, kunnen deze middelen buiten bespreking blijven. Mocht de Hoge Raad anders oordelen en het wenselijk achten dat ook op de desbetreffende middelen wordt ingegaan, zal ik aanvullend concluderen. Strikt genomen kan ook het negende middel buiten bespreking blijven. Gelet op de aard van de daarin aan de orde gestelde materie, zal ik dit middel evenwel toch bespreken.
negende middelbevat de klacht dat het hof bij zijn beslissing ten aanzien van de redelijke termijn een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd dan wel zijn beslissing heeft gebaseerd op gronden die deze beslissing niet, althans niet zonder meer kunnen dragen.