ECLI:NL:HR:2011:BQ0779
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek elektriciteitskosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 12.000,- vanwege betrokkenheid bij hennepteelt. Het hof had echter geoordeeld dat de betaling van de elektriciteitsrekening, die betrekking had op gestolen elektriciteit, niet in mindering kon worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel omdat daarmee het voordeel teniet zou worden gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet begrijpelijk was. De betaling van de elektriciteitsrekening betrof kosten die in directe relatie stonden tot het delict en moesten daarom wel in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het feit dat de elektriciteit was gestolen deed hieraan niet af.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het de hoogte van het bedrag betrof en bracht de betaalde elektriciteitskosten van € 2.052,62 in mindering. Het te betalen bedrag werd daardoor verminderd tot € 9.947,38. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee werd het arrest van het hof aangepast zonder de zaak terug te verwijzen, om doelmatigheidsredenen.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij gemaakte kosten die direct samenhangen met het delict in aftrek moeten worden gebracht, ook als deze kosten betrekking hebben op gestolen zaken.
Uitkomst: Het te betalen bedrag aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot € 9.947,38 door aftrek van betaalde elektriciteitskosten.