Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het onder “1 subsidiair impliciet subsidiair” bewezen verklaarde onvoldoende met redenen is omkleed, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de verkrijging van de telefoon redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
tweede middel,in samenhang bezien met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het hof de resultaten van een door politieambtenaren bij de aanhouding van de verdachte verricht onderzoek aan de smartphone van de verdachte aan diens telefoon niet voor het bewijs van het onder 2 en 3 ten laste gelegde had mogen gebruiken.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende met redenen omkleed, de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] heeft toegewezen.