Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
De inspecteur heeft aan verschillende afdelingen waardeonderzoek van de Belastingdienst een opdracht gegeven een aantal onroerende zaken van belanghebbende te taxeren. Dit dienstonderdeel van de Belastingdienst is bemensd met taxateurs en administratieve ondersteuning. Voor die werkzaamheden maken zij gebruik van automatisering waar de inspecteur geen toegang toe heeft. Hetzelfde heeft te gelden voor de archivering van afgedane taxaties."
Recentelijk heb ik intern alle taxatiedossiers opgevraagd. In die dossiers trof ik voor een aantal onroerende zaken een rekenblad aan dat ik enige jaren geleden van uw cliënt heb ontvangen. Voor de te taxeren objecten heb ik die rekenbladen doen toekomen aan de taxateurs. Om die reden zijn deze op de zaak betrekking hebbende stukken eerder aan mijn aandacht ontsnapt. Ik zal deze stukken morgen met een begeleidend schrijven alsnog aan de rechtbank doen toekomen. U krijgt per post ook een afschrift.
Vrijdag ben ik niet in de gelegenheid de door u genoemde stukken in te zien. Uit uw bericht maak ik overigens op dat de taxatiedossiers de inspecteur ter beschikking hebben gestaan en bij zijn besluitvorming een rol hebben gespeeld. De inhoud van de taxatiedossiers kwalificeren mijns inziens dus als op de zaak betrekking hebbende stukken ex artikel 8:42 Awb Pro. Aangezien ik en de rechter de inhoud van die stukken vooralsnog niet kunnen beoordelen en u significant afwijkt van de aangifte van belanghebbende, lijkt het mij goed als u die stukken alsnog in het geding brengt. Dat voorkomt mogelijk een aanhouding van de zitting van 10 mei a.s."
Uw conclusie dat de taxatiedossiers de inspecteur ter beschikking hebben gestaan en bovendien een rol hebben gespeeld bij mijn besluitvorming, is onjuist. De taxateur heeft in opdracht van de inspecteur taxaties uitgevoerd. Vervolgens heeft de taxateur gerapporteerd door middel van diverse taxatierapporten. Bij besluitvorming heeft de inspecteur slechts gebruik gemaakt van de bevindingen in deze taxatierapporten. Om deze reden heb ik de taxatierapporten inmiddels als zijnde op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank overgelegd.
Belanghebbende heeft: onder meer de jaarrekening over 2010 van [E] BV ingebracht. Gelet op het daarin vermelde balanstotaal, omzet en vermogenspositie, acht het Hof niet overtuigend aangetoond dat de vermogenspositie van [E] BV in 2010 zodanig is dat haar schuld niet kan worden terugbetaald of dat de verschuldigde rente niet kan worden betaald. Het Hof ziet dan ook geen aanleiding voor een afwaardering van deze vordering of het niet in aanmerking nemen van een rentebate.”
Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur