Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 23 februari 2012, nr. 08/01177, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werd bevestigd. In cassatie betoogde belanghebbende dat het hof ten onrechte oordeelde dat een controlerapport van een boekenonderzoek bij een derde niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoorde en dat de inspecteur niet tekort was geschoten in zijn overlegplicht.
De Hoge Raad overwoog dat een inspecteur op grond van artikel 8:42 Awb Pro verplicht is alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol spelen bij de besluitvorming, waaronder een controlerapport van een ander onderdeel van de Belastingdienst, te overleggen. Het hof had ten onrechte aangenomen dat het ontbreken van het bezit van het controlerapport door de inspecteur uitsloot dat het rapport ter beschikking stond.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof onjuist had geoordeeld dat de inspecteur niet tekort was geschoten in het niet overleggen van een cd-rom en delen van een strafdossier. De verplichting tot overlegging geldt ongeacht of belanghebbende daar belang bij heeft of daar eerder om heeft verzocht.
Gelet op deze onjuiste rechtsopvattingen vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor volledige herbeoordeling met inachtneming van dit arrest. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor volledige herbeoordeling met inachtneming van de uitspraak.