Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
1. Op verzoek kan het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak door de in artikel1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar worden verstrekt aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd belang te hebben bij de verkrijging daarvan.
3.Het geding in cassatie
Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
Kamerstukken II1992/93, 22 885, nr. 3, blz. 27) heeft de wetgever met gegevens in de zin van art. 40, tweede lid, Wet WOZ bedoeld, de gegevens die direct verband houden met de ingevolge deze wet vastgestelde waarde, waarbij nadrukkelijk het aan het waardegegeven onderliggende taxatierapport is genoemd.
5.Beoordeling van de middelen over en weer
Inleiding
niet-geregistreerde gegevens, terwijl in de onderhavige zaak de grondstaffels juist wel waren geregistreerd.
voorafgaand aan het horenaan belanghebbende(n) ter inzage te leggen en dat het verzoek om inzage van de grondstaffel pas op de hoorzitting van 28 augustus 2014 door belanghebbende is gedaan.
afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, niet alleen wordt gedoeld op het taxatieverslag. Ingevolge de Tweede Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel Wet WOZ gaat het om ‘de aan de taxatie onderliggende gegevens’, waaronder naar mijn mening ook de grondstaffel dient te worden verstaan. [57] Dat in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel Wet WOZ expliciet ‘het taxatierapport’ is genoemd, doet daaraan naar mijn mening niet af, omdat het mij lijkt dat dit slechts is genoemd als een onderdeel van ‘de aan de taxatie onderliggende gegevens’.