ECLI:NL:HR:2006:AW2326
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verstrekking van waardegegevens WOZ moet gespecificeerd zijn
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee onroerende zaken voor de jaren 2001 tot en met 2004. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde in bezwaar en beroep een verzoek tot verstrekking van aanvullende waardegegevens van vergelijkbare woningen, maar dit verzoek werd door de heffingsambtenaar niet gehonoreerd omdat het niet gespecificeerd was.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 40 van Pro de Wet WOZ de heffingsambtenaar waardegegevens kan verstrekken aan eenieder met een gerechtvaardigd belang, maar dat het verzoek betrekking moet hebben op door de belanghebbende aangewezen onroerende zaken. De stelling van belanghebbende dat de heffingsambtenaar zelf een selectie van objecten moest maken, faalt omdat de wet en de instructie van de Waarderingskamer uitgaan van door de verzoeker geselecteerde woningen.
Verder merkt de Hoge Raad op dat de heffingsambtenaar op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel belanghebbende in de gelegenheid moet stellen het verzoek te specificeren voordat het wordt afgewezen, maar dat dit in deze zaak niet is vastgesteld en in cassatie niet kan worden onderzocht. De overige klachten leiden niet tot cassatie. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verstrekking van niet-gespecificeerde waardegegevens wordt afgewezen.